- Arrest van 2 januari 2013

02/01/2013 - P.12.2019.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De onderdaan van een derde land kan het bevel worden gegeven om het grondgebied onverwijld te verlaten, wanneer de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.2019.F

BELGISCHE STAAT, staatssecretaris voor asiel en migratie, maatschappelijke integratie en armoedebestrijding,

Mrs. Elisabeth Derriks en Gregory van Witzenburg, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

M. R.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 december 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel voert schending aan van de artikelen 72 en 74/14, § 3, 3°, Vreemde-lingenwet.

Artikel 72, tweede lid, van de wet draagt de onderzoeksgerechten op om na te gaan of de tegen een vreemdeling genomen maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet. De ge-pastheid van de maatregel valt volledig buiten dat toezicht.

Krachtens artikel 74/14, § 3, 3°, kan de onderdaan van een derde land het bevel worden gegeven om het grondgebied onverwijld te verlaten, wanneer de vreemde-ling een gevaar is voor de openbare orde en de nationale veiligheid.

Het arrest wordt verweten dat het de beslissing om de verweerder onverwijld naar de grens terug te geleiden onwettig verklaart. Het middel oefent kritiek uit op de reden volgens welke "het hof [van beroep], zonder zich te mengen in de beoorde-ling door de administratieve overheid van de mate van sociale onrust die door il-legale arbeid wordt veroorzaakt, te dezen niet vaststelt in hoeverre de veronder-stelde illegale activiteit die door de dienst sociale inspectie aan de [verweerder] ten laste is gelegd en door de minister of diens gemachtigde in aanmerking is ge-nomen, een ernstig gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid ople-vert".

Volgens het arrest heeft de administratieve overheid het bevel om het grondgebied te verlaten gemotiveerd met de vaststelling dat de verweerder niet in het bezit is van een geldig identiteitsbewijs en een beroepsbezigheid als zelfstandige of in dienstverband uitoefent zonder in het bezit te zijn van de vereiste vergunning. Het arrest voegt daaraan toe dat de Dienst Vreemdelingenzaken haar beslissing om geen uitstel van verwijdering te verlenen, heeft gegrond op het feit dat de sociale inspectie tegen de verweerder een proces-verbaal heeft opgemaakt wegens illegale arbeid.

Sluikwerk kan beschouwd worden als een reële bedreiging die voldoende ernstig is om een fundamenteel belang van de maatschappij aan te tasten.

De overweging van de Dienst Vreemdelingenzaken volgens welke de door de verweerder zonder vergunning verrichte arbeid een gevaar is voor de openbare or-de en de nationale veiligheid, een omstandigheid waardoor hij onverwijld kan worden verwijderd, is geen onwettige reden en evenmin een reden die op een kennelijke beoordelingsfout of feitelijke vergissing berust.

De kamer van inbeschuldigingstelling, die oordeelt dat de illegale activiteit die de verweerder volgens de sociale inspectie zou uitoefenen de openbare orde en de nationale veiligheid niet ernstig in gevaar brengt, stelt haar feitelijke beoordeling in de plaats van die van de Dienst Vreemdelingenzaken en overschrijdt aldus de grenzen van het haar bij artikel 72 van de wet van 15 december 1980 opgedragen wettigheidstoezicht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Maatregel tot verwijdering

  • Noodzaak

  • Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid