- Arrest van 4 januari 2013

04/01/2013 - C.11.0679.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel dat ervan uitgaat dat de artikelen 13 en 14 WAM 1989, die de verzekeraar bijkomende verplichtingen opleggen die verder reiken dan loutere betalingsmodaliteiten inzake zijn verplichting tot vergoeding van de benadeelde, procedureregels zijn in de zin van artikel 3 Gerechtelijk Wetboek, faalt naar recht (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0679.N

Gert BUELENS, advocaat, met kantoor te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 97, als voorlopig bewindvoerder van E.L.,

eiser,

tegen

KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen van 1 februari 2011.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 24 oktober 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

I. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De artikelen 13 en 14 WAM1989 verplichten de verzekeraar tot het voor-leggen binnen een bepaalde termijn na de datum waarop de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend, van hetzij een met redenen om-kleed voorstel tot schadevergoeding of, wanneer de schade niet volledig ge-kwantificeerd werd maar kwantificeerbaar is, een voorstel tot voorschot, hetzij een met redenen omkleed antwoord wanneer de aansprakelijkheid of de toepassing van artikel 29bis wordt betwist of niet duidelijk werd vastgesteld of wanneer de schade wordt betwist of niet volledig is gekwantificeerd of kwantificeerbaar is.

De bepalingen voorzien in sancties, waaronder de betaling van een bijkomend bedrag toegepast op de door hem voorgestelde of door de rechter aan de bena-deelde toegewezen vergoeding, voor het geval de verzekeraar deze verplichtin-gen niet nakomt, de bedoelde voorstellen kennelijk ontoereikend zijn of de ver-zekeraar niet tijdig betaalt na aanvaarding van de bedoelde voorstellen door de benadeelde persoon.

2. Krachtens artikel 3 Gerechtelijk Wetboek zijn de wetten op de rechterlij-ke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging van toepassing op de han-gende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en behoudens de uit-zonderingen bij de wet bepaald.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de artikelen 13 en 14 van de WAM1989 procedureregels zijn in de zin van deze bepaling, faalt het naar recht.

3. De artikelen 13 en 14 WAM1989 leggen de verzekeraar bijkomende ver-plichtingen op die verder reiken dan loutere betalingsmodaliteiten inzake zijn verplichting tot vergoeding van de benadeelde.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 522,21 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Artikelen 13 en 14 WAM 1989

  • Schadevergoeding benadeelde

  • Verplichtingen en sancties voor de verzekeraar

  • Draagwijdte en omvang van deze bepalingen