- Arrest van 8 januari 2013

08/01/2013 - P.12.2060.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vrijheidsbeneming bedoeld in de artikelen 1, 1°, 2 en 18, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet neemt een aanvang vanaf het ogenblik dat de verdachte geen vrijheid van komen en gaan heeft, dit is vanaf het ogenblik dat de politiediensten zich van zijn persoon hebben verzekerd (1). (1) Cass. 21 nov. 2001, AR P.01.1538.F, AC 2001, nr. 636.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.2060.N

Z B,

verdachte, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 december 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 12 Grondwet, de artikelen 1, 18 en 30 Voorlopige Hechteniswet en de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat het aanhoudingsbevel werd betekend binnen 24 uur na eisers vrijheidsbeneming; uit het proces-verbaal TG.54.L7.5244/2012 blijkt dat de politie zich op 25 november 2012 omstreeks 11 uur in eisers ziekenhuiskamer bevond, er geen enkel contact werd toegestaan tus-sen de eiser en zijn familieleden en deze laatsten onmiddellijk uit de kamer wer-den gezet; vanaf dat moment beschikte de eiser niet meer over de vrijheid van komen en gaan; door anders te oordelen schendt het arrest de voormelde bepa-lingen en miskent het de bewijskracht van het voormelde proces-verbaal.

2. Artikel 30 Voorlopige Hechteniswet is vreemd aan de aangevoerde grief.

In zoverre het schending van dat artikel aanvoert, is het middel niet ontvankelijk.

3. Het arrest geeft geen uitlegging aan het voormelde proces-verbaal. Het kan bijgevolg de bewijskracht ervan niet miskennen.

In zoverre het miskenning van de bewijskracht van dat proces-verbaal aanvoert, mist het middel feitelijke grondslag.

4. De vrijheidsbeneming bedoeld in de artikelen 1, 1°, 2 en 18, § 1, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet neemt een aanvang vanaf het ogenblik dat de verdachte geen vrijheid van komen en gaan heeft, dit is vanaf het ogenblik dat de politie-diensten zich van zijn persoon hebben verzekerd.

5. De appelrechters oordelen dat:

- uit de in het arrest vermelde processen-verbaal blijkt dat de eiser van zijn vrij-heid werd beroofd op 25 november 2012 om 12.15 uur en het aanhou-dingsmandaat hem werd betekend op 26 november 2012 om 12.08 uur;

- uit niets blijkt dat de eiser voordien van zijn vrijheid van komen en gaan werd beroofd;

- de maatregel genomen door de politie tegen de broer en familie van de eiser om de rust te bewaren op de spoeddienst van het ziekenhuis, niet gericht waren tegen de eiser, die onverminderd over zijn vrijheid van komen en gaan bleef beschikken.

Op grond van die vaststellingen oordeelt het arrest dat de eiser beschikte over zijn vrijheid van komen en gaan tot 25 november 2012 om 12.15 uur. Aldus is de be-slissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet aangenomen worden.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,81 euro.

F. Adriaensen

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem G. Jocqué L. Van hoogenbemt

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 8 januari 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Aanvang der vrijheidsbeneming