- Arrest van 10 januari 2013

10/01/2013 - F.12.0060.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het dwangbevel inzake successierechten is een taxatietitel waarin de belangschuld geconcretiseerd wordt, wat betekent dat daarin melding moet worden gemaakt van het belastbare feit, het bedrag en de hoedanigheid van de schuldenaar (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0060.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. S. C. en

2. A. F.,

Mr. Patrick Seutin, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 2 november 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 18 december 2012 een conclusie neer-gelegd ter griffie.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel

Eerste onderdeel

Het dwangbevel inzake successierechten is een taxatietitel waarin de belasting-schuld geconcretiseerd wordt, wat betekent dat daarin melding moet worden ge-maakt van het belastbare feit, het bedrag en de hoedanigheid van de schuldenaar.

Dat dwangbevel is een bestuurshandeling waarop de wet van 29 juli 1991 betref-fende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van toepassing is.

Krachtens artikel 3 van die wet moet de opgelegde motivering in de akte de juridi-sche en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en moet zij afdoende zijn.

Onder afdoende motivering moet elke motivering worden verstaan die een rede-lijke grondslag voor de beslissing vormt.

De feitelijke gegevens van het administratief onderzoek waaruit blijkt hoe de ad-ministratie het belastbare feit heeft geraamd en over welke bewijsmiddelen zij be-schikt, maken geen deel uit van de motivering van het dwangbevel maar van het bewijs van de belastingschuld.

Het arrest, dat beslist dat de administratie het litigieuze dwangbevel niet afdoend motiveert, door enkel te vermelden "dat de huidige waarde van het ijssalon blijkt te kunnen worden vastgesteld op 3.000.000 frank, dat wil zeggen 1.500.000 frank voor het gedeelte dat is overgedragen door mevrouw B.", zonder de feitelijke ge-gevens te vermelden waarop zij die schatting heeft gebaseerd, schendt het voor-melde artikel 3 van de wet van 29 juli 1991.

Het tweede onderdeel van het middel, dat niet kan leiden tot ruimere cassatie, hoeft niet te worden onderzocht.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoger beroep ont-vankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Alain Simon, en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 10 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Dwangbevel

  • Draagwijdte

  • Gevolg

  • Vermeldingen