- Arrest van 14 januari 2013

14/01/2013 - C.11.0769.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een retributie is de vergoeding die de overheid van bepaalde heffingsplichtigen vordert als tegenprestatie voor een bijzondere dienst die zij in hun persoonlijk belang heeft geleverd of voor een rechtstreeks en bijzonder voordeel dat zij hun heeft toegestaan; het bedrag ervan moet in een redelijke verhouding staan tot het belang van de verstrekte dienst, anders moet zij als een belasting worden beschouwd (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0769.N

STAD LEUVEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en sche-penen, met kantoor te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

HUURWAGENS MOLS nv, met zetel te 2235 Hulshout, Industriepark 24,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het tweede kanton te Leuven van 30 november 2010.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 8 oktober 2012 verwezen naar de derde kamer.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 3 oktober 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 119bis Nieuwe Gemeentewet kan de gemeenteraad straf-fen of administratieve sancties bepalen voor overtredingen van zijn reglementen of verordeningen, tenzij, voor dezelfde overtredingen door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, straffen of administratieve sancties worden bepaald.

2. Een bestuurlijke sanctie is een bij of krachtens de wet vastgestelde maatregel met een repressief karakter, die door een bestuursorgaan wordt opgelegd door middel van een eenzijdige, individuele bestuurshandeling, als reactie op een in-breuk op een rechtsnorm.

Een bestuurlijke sanctie kan een strafsanctie zijn in de zin van artikel 6 EVRM op voorwaarde dat ze:

1) niet slechts een bepaalde groep met een particulier statuut betreft;

2) een bepaald gedrag oplegt en op de niet-naleving ervan een sanctie stelt;

3) niet alleen maar een vergoeding van schade betreft, maar essentieel ertoe strekt te straffen om een herhaling van gelijkaardige handelingen te voorkomen;

4) stoelt op een norm met een algemeen karakter, waarvan het oogmerk tezelfder-tijd preventief en repressief is;

5) zeer zwaar is gelet op het bedrag ervan.

3. Een retributie is de vergoeding die de overheid van bepaalde heffingsplich-tigen vordert als tegenprestatie voor een bijzondere dienst die zij in hun persoon-lijk belang heeft geleverd of voor een rechtstreeks en bijzonder voordeel dat zij hun heeft toegestaan. Het bedrag ervan moet in een redelijke verhouding staan tot het belang van de verstrekte dienst, anders moet zij als een belasting worden be-schouwd.

4. Een gemeentelijk retributiereglement op het parkeren in de regel houdt geen administratieve sanctie in die een inbreuk op een rechtsnorm wil voorkomen en beteugelen, maar legt een vergoeding op die de gemeente eist als tegenprestatie voor een dienst die zij in het belang van de heffingsplichtige verstrekt.

5. Het bestreden vonnis stelt vast dat:

- luidens het gemeentelijk retributiereglement op het parkeren van 15 december 2008 een retributie van 20 euro wordt gevestigd voor het parkeren van een mo-torvoertuig waar zulks krachtens een politiereglement toegelaten is;

- luidens artikel 3 van dit reglement de retributie verschuldigd is door de titularis van de inschrijving van het voertuig in het repertorium van de motorvoertuigen.

Het bestreden vonnis oordeelt dat:

- "de sanctie" van 20 euro bescheiden is;

- het reglement van de eiseres niet enkel het karakter draagt van een betalende dienstverlening inzake het betalend karakter voor het tijdelijk gebruik van een stuk grond maar ook een sanctieregeling inhoudt kaderend in een goed stads- en veilig en gemakkelijk verkeersbeheer, en de beteugeling beoogt van de overtreding van een norm;

- de bewijsregeling van artikel 6 EVRM van toepassing moet worden verklaard op dit geschil.

6. Door aldus te oordelen dat de retributie voor het parkeren een bestuurlijke sanctie uitmaakt waarop artikel 6 EVRM van toepassing is, schendt het bestreden vonnis artikel 6 EVRM en artikel 119bis Nieuwe Gemeentewet.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de vrederechter van het kanton Haacht.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 14 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden