- Arrest van 14 januari 2013

14/01/2013 - C.12.0059.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het systeem van de prejudiciële vraagstelling, zoals onder meer geregeld door de artikelen 26 en 28 Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, volgt dat ook in andere zaken die hetzelfde voorwerp hebben als een reeds beantwoorde prejudiciële vraag, de rechter de wetsbepaling die het Grondwettelijk Hof ongrondwettig heeft bevonden, niet vermag toe te passen (1). (1) Cass. 22 feb. 2005, AR P.04.1345.N, AC 2005, nr. 108, met concl. van procureur-generaal M. DE SWAEF.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0059.N

1. R.V.,

2. M.V.,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 36, waar de eiseressen woon-plaats kiezen,

tegen

1. R.V.,

2. P.V.,

verweerders,

en inzake van

1. G.V.

2. C.V.,

3. M.V.,

in bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 juni 2011.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 23 oktober 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Uit het systeem van de prejudiciële vraagstelling, zoals geregeld door de arti-kelen 26 en 28 Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, volgt dat ook in andere zaken die hetzelfde voorwerp hebben als een reeds beantwoorde prejudiciële vraag, de rechter de wetsbepaling die het Grondwettelijk Hof ongrondwettig heeft bevonden, niet mag toe te passen.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de rechter artikel 124 Wet Landverzeke-ringsovereenkomst dient toe te passen zonder hierbij rekening te houden met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, faalt het naar recht.

2. Het adagium volgens welk iedereen wordt geacht de wet te kennen is geen al-gemeen rechtsbeginsel.

In zoverre het miskenning van dit vermeende rechtsbeginsel aanvoert, is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

3. Het middel voert aan dat de appelrechter onterecht toepassing maakt van arti-kel 124 Wet Landverzekeringsovereenkomst, aangezien de begunstigden krachtens deze wetsbepaling de uitkering van het kapitaal bij een gemengde levensverzeke-ringsovereenkomst niet dienden te melden daar enkel de overdreven premies en niet het uitgekeerde kapitaal aan inbreng en inkorting kunnen worden onderworpen.

Het middel is in zijn geheel afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoer-de schending van voornoemd artikel 124 Wet Landverzekeringsovereenkomst en is derhalve niet ontvankelijk.

Derde middel

4. Het is niet tegenstrijdig te oordelen, eensdeels, dat de begunstigden minstens veiligheidshalve hadden moeten melden dat ten gevolge van de gemengde levens-verzekering bepaalde bedragen waren uitgekeerd en, anderdeels, dat zij dit met be-drieglijk opzet hebben verzwegen.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseressen in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 1074,14 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samenge-steld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stas-sijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

B. Wylleman

G. Jocqué

K. Mestdagh

B. Deconinck

E. Stassijns

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag

  • Reeds beantwoord

  • Gevolg

  • Rechtbanken

  • Andere zaken

  • Zelfde voorwerp

  • Opdracht van de rechter

  • Ongrondwettig bevonden wetsbepaling

  • Toepassing