- Arrest van 14 januari 2013

14/01/2013 - C.10.0661.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De zelfstandigheid van de zaak is elk gegeven dat doorslaggevend is geweest voor de partij om de overeenkomst aan te gaan, waarvan de medecontractant op de hoogte hoorde te zijn en zonder hetwelk de overeenkomst niet zou zijn gesloten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0661.N

M.K.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. E.L.,

2. A.H.,

3. C.L.,

4. K.L.,

in eigen naam en als erfgenaam van J.L.

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 juni 2010.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 oktober 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Vierde onderdeel

1. Krachtens artikel 1109 Burgerlijk Wetboek is geen toestemming geldig, in-dien zij alleen door dwaling is gegeven, door geweld afgeperst of door bedrog verkregen.

Artikel 1110, eerste lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dwaling alleen dan een oorzaak van nietigheid van de overeenkomst is, wanneer zij de zelfstandigheid be-treft van de zaak die het voorwerp van de overeenkomst uitmaakt.

De zelfstandigheid van de zaak is elk gegeven dat doorslaggevend is geweest voor de partij om de overeenkomst aan te gaan, waarvan de medecontractant op de hoogte hoorde te zijn en zonder hetwelk de overeenkomst niet zou zijn gesloten.

2. Wanneer de doorslaggevende beweegreden tot de overeenkomst berust op een onvrijwillige verkeerde voorstelling van de werkelijkheid, is de verbintenis niet aangegaan zonder oorzaak of uit een valse oorzaak, maar is de toestemming mogelijk gegeven door dwaling. Dwaling is slechts een grond tot nietigheid wan-neer zij verschoonbaar is.

3. De appelrechter stelt vast dat:

- bij akte van 22 januari 1993 wijlen J.L. en zijn echtgenote, de tweede verweer-ster, aan hun zoon, de eerste verweerder, een huis met hangar en gronden gele-gen te C. schonken;

- de eerste verweerder gehuwd was met de eiseres;

- wijlen J.L. en zijn echtgenote de bedoeling hadden om enkel en alleen te schenken aan hun zoon en om zijn echtgenote buiten de zaak te houden omdat de doorslaggevende beweegreden bij de schenkers de voortzetting en de in-standhouding van het familiebezit en het familiebedrijf was;

- op grond van het van toepassing zijnde Nederlandse huwelijksvermogensrecht, de geschonken goederen eigendom werden van de ten tijde van de schenking bestaande huwelijksgemeenschap tussen de eerste verweerder en de eiseres.

4. De appelrechter oordeelt dat de schenking van 22 januari 1993 werd gedaan en aanvaard op grond van een valse oorzaak, aangezien zij werd gedaan en aan-vaard met de bedoeling uitsluitend de eerste verweerder te begiftigen, terwijl de geschonken goederen in werkelijkheid eigendom van de gemeenschap werden.

Hij oordeelt voorts dat het al dan niet verschoonbaar karakter van de dwaling van wijlen J.L. en de tweede verweerster, enerzijds, en van de eerste verweerder, an-derzijds, omtrent hun doorslaggevende beweegredenen bij het doen en aanvaar-den van de schenking daarbij niets ter zake doet.

5. Op grond van deze vaststellingen en overwegingen verantwoordt de appel-rechter zijn beslissing tot nietigverklaring van de schenking niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 14 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Dwaling

  • Zelfstandigheid van de zaak