- Arrest van 14 januari 2013

14/01/2013 - C.11.0454.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vereiste dat de adopties gegrond moeten zijn op wettige redenen houdt in dat de voorgenomen adoptie niet strijdig mag zijn met de openbare orde noch met andere wettelijke bepalingen van dwingend recht en dat zij niet mag worden afgewend van haar eigenlijke doelstelling; voor het overige staat het aan de feitenrechter te oordelen of er wettige redenen voor de adoptie bestaan (1). (1) Zie Cass. 4 nov. 1993, AR 9613, AC 1993, nr. 445.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0454.N

P.B.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. J.A.,

2. B.B.,

verweerders,

en mede inzake

1. M.A.,

2. S.A.,

3. N.B.,

4. A.B.,

5. C.P.,

partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 maart 2011.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 oktober 2012 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 344-1 Burgerlijk Wetboek bepaalt: "Adopties moeten steeds gegrond zijn op wettige redenen en ingeval zij betrekking hebben op een kind, kunnen zij slechts plaatsvinden in het hoger belang van het kind en met eerbied voor de fun-damentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen".

Het vereiste dat de adopties gegrond moeten zijn op wettige redenen, houdt in dat de voorgenomen adoptie niet strijdig mag zijn met de openbare orde noch met an-dere wettelijke bepalingen van dwingend recht en dat zijn niet mag worden afge-wend van haar eigenlijke doelstelling.

Voor het overige staat het aan de feitenrechter te oordelen of er wettige redenen voor de adoptie bestaan.

2. Het is niet zo dat, in geval van de stiefouderadoptie van een meerderjarige de voorgenomen adoptie niet op wettige redenen in de zin van voormelde wetsbe-paling kan steunen, indien de biologische ouder steeds zijn ouderlijke verplichtin-gen is nagekomen en hij als ouder geen zwaarwichtige fouten heeft begaan, of dat zijn persoonlijke, familiale of medische situatie geen grond of beweegreden zijn om hem zijn uniek statuut als ouder te ontnemen.

Hieruit volgt dat, anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, de rechter niet uit-drukkelijk moet vaststellen dat die ouder zijn ouderlijke verplichtingen niet na-leefde, dat hem enige zwaarwichtige fout kon verweten worden of dat zijn per-soonlijke, familiale of medische situatie het tot stand komen van een aanvullende adoptieve afstamming zou rechtvaardigen.

Het onderdeel faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. Artikel 1231-13, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: "De rechtbank moet zich ervan vergewissen dat met kennis van zaken is gekozen tussen gewone adoptie en volle adoptie. De rechtbank moet tevens nagaan of is voldaan aan de bij de wet gestelde voorwaarden. De rechtbank moet, rekening houdend met alle wettige belangen, oordelen of de adoptie kan worden uitgesproken".

Op grond van deze wetsbepaling oordeelt de rechtbank onaantastbaar of de nade-len die de andere bij de adoptie betrokken personen zouden ondervinden, opwe-gen tegen de voordelen voor de adoptant en geadopteerde.

In zoverre het onderdeel opkomt tegen dit onaantastbare oordeel, is het niet ont-vankelijk.

4. De appelrechters oordelen dat:

- de subjectieve ervaring van de eiser dat door de gewone adoptie zijn dochter elke band met haar oorspronkelijke familie zou verbreken noch in rechte noch in feite onderbouwd is, aangezien een gewone adoptie toch enkel de oorspron-kelijke afstamming aanvult;

- de eiser voorhoudt dat hij als vader steeds financieel heeft ingestaan voor de opvoeding en opleiding van zijn dochter, de tweede verweerster, en zich voor haar welzijn bekommerd heeft, hij toegeeft dat zijn relaties met haar thans ver-troebeld zijn en hij betoogt zijn verbondenheid met haar in stand te willen hou-den en meent dat de eerste verweerder door de gewone adoptie zijn dochter ‘opeist';

- de door de tweede verweerster gewenste gewone adoptie geenszins van aard is om de banden met de oorspronkelijke familie te verbreken, maar aan te vullen met het creëren van een hechtere band met de eerste verweerder, zijnde de nieuwe echtgenoot van haar moeder.

Op die gronden hebben de appelrechters wettig kunnen oordelen dat bij de afwe-ging van de respectieve wettige belangen van alle betrokkenen het voordeel dat de adoptant en de geadopteerde genieten bij het uitspreken van de gewone adoptie, ruimschoots opweegt tegen het eventuele morele of reducerend erfrechtelijke na-deel van de eiser, zeker omdat geenszins vaststaat dat de bestaande familiale orde daardoor substantieel wordt verstoord.

5. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters bij de afweging van de wettige belangen geen rekening houden met het recht op respect van het fami-lie- en gezinsleven van de eiser, mist het feitelijke grondslag.

6. In zoverre het onderdeel voor het overige aanvoert dat uit de artikelen 1231-13 Gerechtelijk Wetboek en 8 EVRM voortvloeit dat louter gevoelsmatige rede-nen, zowel aan de kant van de geadopteerde als aan die van de adoptant, niet op-wegen tegen het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven van de an-dere biologische ouder, kan het niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 774,81 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in open-bare rechtszitting van 14 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Wettige redenen

  • Begrip

  • Beoordeling

  • Opdracht van de rechter