- Arrest van 15 januari 2013

15/01/2013 - P.12.0284.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De hoofdelijke gehoudenheid tot betaling van de ontdoken belasting ten laste van de daders of medeplichtigen van de fiscale misdrijven bepaald in artikel 458, eerste lid, WIB92 is een herstelmaatregel die van rechtswege volgt uit een strafrechtelijke veroordeling en heeft geen invloed op de straffen die de rechter oplegt (1). (1) Cass. 20 jan. 2009, AR P.08.1092.N, AC 2009, nr. 48.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0284.N

I

I J D,

beklaagde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

II

A A E G,

beklaagde,

eiser,

de beide cassatieberoepen tegen

1. Luc HOUBEN, met kantoor te 2610 Wilrijk, Bist 45, bus 8, in zijn hoedanig-heid van curator van het faillissement van de cvba PUBLI TEAM,

burgerlijke partij,

2. Peter MAENHOUT, met kantoor te 9990 Maldegem, Parklaan 8, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de bvba MAGAZINE PRESS,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 januari 2012.

De eiser I voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiser I doet zonder berusting afstand van zijn cassatieberoep in zoverre dit ge-richt is tegen de beslissing die de zaak betreffende de vordering van verweerder 2 verwijst naar de eerste rechter en de beslissing over de kosten aanhoudt.

De eiser II voert geen middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest verklaart de eisers niet schuldig aan de feiten van de telastleggin-gen A.I, B.I, C.I, C.III, D.I (boven een bedrag van 451.201,66 euro), D.II, D.III, D.IV en D.V (boven een bedrag van 200.207,35 euro).

In zoverre de cassatieberoepen tegen deze beslissingen zijn gericht, zijn zij niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

2. Het arrest verwijst de zaak wat betreft de vordering van de verweerder 2 te-rug naar de eerste rechter en houdt de beslissing over de kosten aan. Dit is geen eindbeslissing noch valt het onder een van de gevallen bedoeld door artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep van de eiser II niet ontvankelijk.

Middel van de eiser I

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 42, 3° en 43bis Straf-wetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het per-soonlijk karakter van de straf: het arrest spreekt, met verwijzing naar artikel 458 WIB92, ten onrechte tegen de eiser I de verbeurdverklaring uit van 181.247,71 euro hoofdelijk met de eiser II en van 80.423,29 euro hoofdelijk met de eiser II en een andere beklaagde, als vermogensvoordelen uit de feiten van de telastleggingen D.I en D.V.

4. De hoofdelijke gehoudenheid tot betaling van de ontdoken belasting ten las-te van de daders of medeplichtigen van de fiscale misdrijven bepaald in artikel 458, eerste lid, WIB92 is een herstelmaatregel die van rechtswege volgt uit een strafrechtelijke veroordeling.

Die maatregel heeft geen invloed op de straffen die de rechter oplegt.

5. De verbeurdverklaring bepaald in de artikelen 42, 3° en 43bis, tweede lid, Strafwetboek is een straf die op grond van artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek facultatief is.

Wegens het facultatieve karakter van die straf kan de rechter de bedragen die hij op grond van de voormelde bepalingen verbeurdverklaart, onder de veroordeelden verdelen. Daarbij mag het totale bedrag van de verbeurdverklaringen het bedrag van de uit het misdrijf verkregen vermogensvoordelen niet overschrijden.

Evenwel laten die bepalingen en het algemeen rechtsbeginsel dat de straf persoon-lijk is, de rechter niet toe verschillende personen hoofdelijk tot eenzelfde straf te veroordelen.

Het middel is gegrond.

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel kan niet leiden tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing en behoeft geen antwoord.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikelen 42, 3° en 43bis, eerste en tweede lid, Strafwetboek

- miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het persoonlijk karakter van de straf.

7. Wegens de redenen vermeld in het antwoord op het tweede onderdeel van het middel van de eiser I, is de beslissing waarbij het arrest ten laste van de eiser II de verbeurdverklaring beveelt van de bedragen van 181.247,71 euro en 80.423,29 euro, niet naar recht verantwoord.

Omvang van de cassatie

8. De vernietiging van het arrest wat de voormelde veroordeling tot verbeurd-verklaring betreft, heeft de vernietiging tot gevolg van:

- de beslissing waarbij het arrest de ten laste van de eisers verbeurdverklaarde zaken ten belope van 34.025,82 euro toewijst aan de verweerder 1 en dit be-drag in mindering brengt van de aan hem toegekende schadevergoeding.

- de beslissing waarbij wordt bepaald dat die verbeurdverklaringen worden toe-gerekend op de in het arrest vermelde inbeslaggenomen goederen die met dat doel worden verbeurd verklaard.

Ambtshalve onderzoek van de overige beslissingen op de strafvordering

9. Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorge-schreven rechtsvormen in acht genomen en zijn de beslissingen overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verleent de eiser I akte van de gedeeltelijke afstand zonder berusting van zijn cas-satieberoep.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het:

- tegen de eisers de verbeurdverklaring beveelt van de bedragen van 181.247,71 euro en 80.423,29 euro,

- bepaalt dat die verbeurdverklaringen worden toegerekend op de in het arrest vermelde inbeslaggenomen goederen die met dat doel worden verbeurd ver-klaard,

- de ten laste van de eisers verbeurdverklaarde vermogensvoordelen ten belope van 34.025,82 euro toewijst aan de verweerder 1,

- het bedrag van 34.025,82 euro in mindering brengt van de aan de verweerder 1 toegekende schadevergoeding.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers elk tot drie vierden van de kosten van hun cassatieberoepen en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 528,99 euro waarvan de eisers I en II elk 264,99 euro verschuldigd zijn.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 15 januari 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Inkomstenbelasting

  • Misdrijf bepaald in artikel 458, eerste lid, WIB92

  • Veroordeling als dader of medeplichtige

  • Hoofdelijke gehoudenheid tot betaling van de ontdoken belasting

  • Aard