- Arrest van 17 januari 2013

17/01/2013 - C.11.0363.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek willen in hoofdzaak een beperkte vermogensrechtelijke bescherming bieden aan de samenwonenden, ongeacht hun geslacht en hun mogelijke verwantschap (1) (2). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … . (2) Artt. 1475 tot 1495 Burgerlijk Wetboek zoals ze werden gewijzigd bij Wet 23 nov. 1998 en vóór de wijziging van art. 1476 bij Wet 3 dec. 2005, van art. 1477 bij Wet 28 maart 2007 en van art. 1479 bij Wet 28 jan. 2003.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0363.F

M. O.,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

C. A.,

Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 20 december 2010 van het hof van beroep te Bergen, uitspraak doende als gerecht op verwijzing ten gevolge van het arrest van het Hof van 24 november 2008.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 26 november 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

Eerste onderdeel

Uit artikel 3, derde lid, Burgerlijk Wetboek, vóór de opheffing ervan bij de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, volgt dat de Belgische wetten betreffende de staat en de bekwaamheid van de personen toepasselijk zijn op de Belgen, ook wanneer zij in het buitenland verblijven, en dat de vreemdelingen, in beginsel, wat de staat en de bekwaamheid van de personen betreft, onder de Belgische wet vallen.

De artikelen 1475 tot 1479 Burgerlijk Wetboek, zoals ze werden gewijzigd bij de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning en vóór de wijziging van artikel 1476 bij de wet van 3 december 2005, van artikel 1477 bij de wet van 28 maart 2007 en van artikel 1479 bij de wet van 28 januari 2003, willen in hoofdzaak een beperkte vermogensrechtelijke bescherming bieden aan de samenwonenden, ongeacht hun geslacht en hun mogelijke verwantschap.

De wettelijke samenwoning die door de bepalingen wordt geregeld, valt dus niet onder de staat van de personen.

Het onderdeel faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Onbekwaamheden betreffende een rechtsverhouding worden beheerst door het recht toepasselijk op die verhouding.

Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de bekwaamheid om een verklaring van wettelijke samenwoning af te leggen overeenkomstig de voornoemde artikelen 1475 tot 1479 en om een overeenkomst te sluiten die genoemde samenwoning regelt, niet valt onder artikel 3, derde lid, Burgerlijk Wetboek.

Het onderdeel faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange et Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 17 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwerp