- Arrest van 17 januari 2013

17/01/2013 - C.11.0582.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek sluit weliswaar in de regel uit dat nieuwe middelen worden aangebracht die geen verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat, maar die bepaling staat niet eraan in de weg dat dergelijke middelen worden aangevoerd na een heropening van het debat wanneer na die heropening het debat volledig wordt hernomen omdat de samenstelling van de zetel gewijzigd was.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0582.F

FORTIS BANK nv,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. CRÉDIT LYONNAIS, vennootschap naar Frans recht,

2. DEUTSCHE BANK nv,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 maart 2011.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert vier middelen aan waarvan het eerste als volgt is gesteld.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 12, 13, 775, eerste lid, 807 en 809 van het Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest sluit de pagina's 56 en 57 (nrs. 94 tot 97) van de aanvullende en syntheseconclusie van de eiseres uit van het debat na de heropening van het debat; bijgevolg slaat het geen acht op die passage uit de conclusie en veroordeelt het de eiseres om aan de eerste verweerster een bedrag van 26.739.785,84 euro (1.078.680.287 frank) in hoofdsom te betalen en verleent het akte aan de eiseres dat zij zich het recht voorbehoudt om de teruggave te vorderen van de 7.418.672,60 euro (299.268.511 frank) aan onverschuldigde betalingen die het totale bedrag vormen van de cheques die van 1984 tot 1989 ten name van de [eiseres] waren uitgeschreven; het grondt die beslissingen op de onderstaande redenen:

"5. Het argument van [de eiseres] dat artikel 26 van het reglement van de compensatiekamer te Brussel zogezegd geschonden zou zijn

17. (De eiseres) heeft, na de heropening van het debat, voor het hof [van beroep] een nieuw argument aangebracht, namelijk dat artikel 26 van het reglement van januari 1989 van de compensatiekamer te Brussel geschonden zou zijn. Dat ar-gument heeft geen enkel, noch rechtstreeks noch indirect, verband met het straf-dossier, noch met het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 maart 2007.

Dat argument wordt uiteengezet op de pagina's 56 en 57 van de aanvullende en syntheseconclusie die (de eiseres) op 30 juli 2010 na de heropening van het debat heeft neergelegd (nrs. 94 tot 97).

Geen enkel ander argument of geen enkele andere vordering die (de eiseres) na de heropening van het debat heeft aangebracht, overschrijdt de gevolgen die uit dat arrest kunnen worden getrokken en bijgevolg dienen dus enkel de voornoemde pagina's uit het debat te worden geweerd".

Grieven

Krachtens de artikelen 12, 13, 807 en 809 van het Gerechtelijk Wetboek kan een nieuwe vordering tussen de partijen bij wege van conclusie, zelfs in hoger beroep, worden ingesteld indien zij berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd of indien zij een verweermiddel vormt tegen de hoofdvordering of tot schuldvergelijking strekt.

Hoewel, wanneer de rechter de heropening van het debat over een welbepaald voorwerp beveelt, het debat dat wordt voortgezet voor de zetel die de heropening van het debat heeft bevolen, in de regel, slechts betrekking kan hebben op dat welbepaalde voorwerp en geen enkele nieuwe vordering kan worden ingesteld, is dat niet het geval wanneer het debat, tijdens de terechtzitting waarop het wordt her-opend, ab initio wordt hernomen omdat de samenstelling van de zetel gewijzigd was. In die onderstelling is het debat niet langer beperkt tot de punten die worden vermeld in de beslissing die de heropening van het debat beveelt.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt:

- dat het arrest van 28 oktober 2009 dat de heropening van het debat beveelt, ge-wezen is door de heer Y.D., mevrouw M.M., mevrouw N.F. en dat genoemd arrest uitsluitend het hoger beroep van de eiseres in haar zaak nr. 2005/AR/370 tegen de eerste verweerster ontvankelijk heeft verklaard;

- dat het bestreden arrest gewezen is door de heer K.M., mevrouw A.M., de heer M. vdH., nadat het debat ab initio was hernomen over al hetgeen niet definitief beslecht was door het tussenarrest van 28 oktober 2009.

In dat opzicht was het debat dat ab initio voor die zetel was hernomen niet langer beperkt tot louter de punten die vermeld waren in de beslissing die de heropening van het debat beval.

Hieruit volgt dat het arrest, dat oordeelt dat de eiseres geen nieuw argument mocht uiteenzetten dat was afgeleid uit de schending van artikel 26 van het reglement van januari 1989 van de compensatiekamer te Brussel omdat genoemd argument geen enkel, noch rechtstreeks noch indirect, verband had met het strafdossier, noch met het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 maart, alle in het middel vermelde wetsbepalingen schendt.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Eerste middel

(...)

Gegrondheid

Voor de feitenrechters kunnen nieuwe verweermiddelen over de zaak zelf, in be-ginsel worden aangebracht tot de sluiting van het debat, voor zover ze geen be-trekking hebben op een geschilpunt waarover reeds uitspraak is gedaan.

Artikel 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek sluit weliswaar in de regel uit dat nieuwe middelen worden aangebracht die geen verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat, maar die bepaling staat niet eraan in de weg dat dergelijke middelen worden aangevoerd na een heropening van het debat wanneer na die heropening het debat volledig wordt hernomen omdat de samenstelling van de zetel gewijzigd was.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het debat ab initio werd hernomen over al hetgeen niet definitief beslecht was door het arrest van 28 oktober 2009. Dat arrest heeft enkel definitief beslist over de ontvankelijkheid van die hogere beroepen.

Het bestreden arrest dat, op grond van artikel 775, eerste lid, oordeelt dat de eise-res geen nieuw middel mocht uiteenzetten, afgeleid uit de schending van artikel 26 van het reglement van januari 1989 van de compensatiekamer te Brussel omdat genoemd middel de grenzen overschreed van het voorwerp van de door het arrest van 28 oktober 2009 bevolen heropening van het debat, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat pagina's 56 en 57 van de aanvullende en syntheseconclu-sie, die dat middel bevat, die de eiseres na de heropening van het debat heeft neergelegd, uit het debat moeten worden geweerd.

In zoverre is het middel gegrond.

De vernietiging van de beslissing dat pagina's 56 en 57 van de aanvullende en syntheseconclusie die de eiseres na de heropening van het debat heeft neergelegd, uit het debat moeten worden geweerd, strekt zich uit, enerzijds tot de veroordeling van de eiseres om aan de eerste verweerster een bedrag van 26.739.785,84 euro in hoofdsom, vermeerderd met interest, terug te geven en tot de bindendverklaring van het arrest voor de tweede verweerster, die het gevolg ervan zijn, en, anderzijds, tot de beslissing over de vordering van de eiseres tot overlegging van stukken, die samenhangt met die veroordeling.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het pagina's 56 en 57 van de aanvullende en syntheseconclusie die de eiseres na de heropening van het debat heeft neergelegd, uit het debat weert, haar veroordeelt tot de teruggave van 26.739.785,84 euro vermeerderd met interest, uitspraak doet over de kapitalisatie van die interest en over de vordering van de eiseres tot overlegging van stukken, het arrest bindend verklaart voor de tweede verweerster en uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 17 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Heropening van het debat

  • Voorwerp

  • Draagwijdte

  • Nieuwe middelen

  • Wijziging in de samenstelling van de zetel

  • Hervatting van het debat ab initio