- Arrest van 21 januari 2013

21/01/2013 - C.11.0697.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel is onduidelijk en bijgevolg niet-ontvankelijk, wanneer het de bestreden beslissing verwijt artikel 99, §1, 3° van het Wetboek van internationaal privaatrecht, met schending van de artikelen 2 van het Burgerlijk Wetboek en 127, §1, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, toe te passen om het recht te bepalen dat van toepassing is op de gevolgen die voortvloeien uit een rechtshandeling of rechtsfeit van vóór de inwerkingtreding ervan en de punten van die beslissing, welke steunen op de toepassing van de Belgische wet die het aanvecht, niet nader bepaalt (1). (1) Zie de concl. van het O.M. in Pas. nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0697.F

TAIWAN BUSINESS BANK, vennootschap naar Taiwanees recht,

Mr Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. INTERNATIONALE COMPAGNIE DE COMMERCIALISATION ET D'INVESTISSEMENT, vennootschap naar Congolees recht,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. ING BELGIË nv,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

3. L. K.N.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 februari 2011.

De zaak is bij beschikking van 27 december 2012 door de eerste voorzitter verwe-zen naar de derde kamer.

Op 24 december 2012 heeft procureur-generaal Jean-François Leclercq zijn con-clusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht en procureur-generaal Jean-François Leclercq werd gehoord in zijn conclusie.

II. CASSATIEMIDDELEN

In zijn cassatieverzoek, waarvan een eensluidend afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiseres drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Over de grond van niet-ontvankelijkheid die door de eerste verweerster tegen het middel wordt aangevoerd: het middel is onduidelijk:

Artikel 1082, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, bepaalt dat indien het bestreden ar-rest of vonnis verscheidene punten bevat, het verzoekschrift nauwkeurig aangeeft tegen welke punten de voorziening is gericht.

Het middel verwijt het arrest artikel 99, § 1, 3° Wetboek van Internationaal Pri-vaatrecht, met schending van de artikelen 2 van het Burgerlijk Wetboek en 127, § 1, van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht, toe te passen om het recht te bepalen dat van toepassing is op de gevolgen die voortvloeien uit een rechtshan-deling of rechtsfeit van vóór de inwerkingtreding ervan.

Hoewel het arrest, dat meerdere punten bevat, beslist dat, "wat de problemen be-treft die niet geregeld zijn bij [de RUU 500], [...] de Belgische wet wordt toege-past", bepaalt het middel de punten van die beslissing niet nader, welke steunen op de toepassing van de Belgische wet die het aanvecht.

De grond van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille Delange en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 21 januari 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Wetboek van internationaal privaatrecht

  • Punten van de bestreden beslissing

  • Ontvankelijkheid

  • Documentaire kredieten