- Arrest van 22 januari 2013

22/01/2013 - P.12.1030.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De nieuwe versie van de verzwarende omstandigheid bepaald in artikel 433septies, 2°, Strafwetboek houdt een strengere strafwet in daar in die versie geen bijzondere kwetsbare toestand meer vereist is, maar een kwetsbare toestand volstaat om de strafverzwaring op te lopen; dit belet evenwel niet dat wanneer de beklaagde misbruik maakt van de bijzondere kwetsbare positie waarin de betrokken persoon zich bevindt, hij onder de huidige wet steeds strafbaar blijft.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1030.N

M J M J S,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Philippe Daeninck, advocaat bij de balie te Hasselt,

tegen

1. A D S F J,

burgerlijke partij,

2. M R R D M,

burgerlijke partij,

verweerders,

met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Gouverneur Roppesingel 131, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 26 april 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 2 en 433septies, 2°, Straf-wetboek: voor de telastlegging I, past het arrest artikel 433septies, 2°, Strafwet-boek toe zoals gewijzigd bij de wet van 26 november 2011 tot wijziging en aan-vulling van het Strafwetboek teneinde het misbruik van de zwakke toestand van personen strafbaar te stellen, en de strafrechtelijke bescherming van kwetsbare personen tegen mishandeling uit te breiden (hierna wet van 26 november 2011), welke niet van toepassing was op het tijdstip waarin dat feit zich situeert; dat ge-wijzigde wetsartikel is een strengere strafwet dan de wetsbepaling die van toepas-sing was ten tijde van de feiten.

2. Artikel 433septies, 2°, Strafwetboek zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 31 van de wet van 26 november 2011, legt een zwaardere straf op voor het misdrijf "mensenhandel" bepaald in artikel 433quinquies van hetzelfde wetboek, "ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de bijzondere kwetsbare positie waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand of ten gevolge van zwangerschap, ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvol-waardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte of aan-vaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken."

3. Ingevolge wijziging bij artikel 31 van voornoemde wet van 26 november 2011, is deze tekst als volgt opgesteld: "ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid."

4. De nieuwe versie van de verzwarende omstandigheid bepaald in artikel 433septies Strafwetboek houdt een strengere strafwet in daar in die versie geen bijzondere kwetsbare toestand meer vereist is, maar een kwetsbare toestand vol-staat om de strafverzwaring op te lopen. Dit belet evenwel niet dat wanneer de be-klaagde misbruik maakt van de bijzondere kwetsbare positie waarin de betrokken persoon zich bevindt, hij onder de huidige wet steeds strafbaar blijft.

5. Het arrest oordeelt: "Uit het geheel van de in het dossier vervatte gegevens staat vast dat het in casu niet enkel gaat om loutere overtreding van de sociale -en/of vreemdelingenwetgeving, maar wel om uitbuiting in de economische sfeer (arbeidsexploitatie) waarbij door [de eiser] misbruik werd gemaakt van de bij-zonder kwetsbare positie waarin de slachtoffers zich bevonden, mede gelet op hun onwettige verblijftoestand in België en hun hieruit mede volgend precair sociaal statuut." Met deze redenen stelt het arrest vast dat de eiser misbruik gemaakt heeft van de bijzonder kwetsbare positie van de slachtoffers.

6. Hieruit volgt dat het feit van de telastlegging I strafbaar was onder vigeur van de oude wet en met toepassing van de nieuwe wet nog steeds strafbaar is. Daarenboven is de uitgesproken straf naar recht verantwoord krachtens de wet die op het ogenblik van het plegen van het misdrijf van toepassing was.

Het middel kan niet leiden tot cassatie en is bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 126,89 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 22 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Mensenhandel

  • Verzwarende omstandigheid

  • Misbruik van de bijzonder kwetsbare toestand van een persoon

  • Wetswijziging

  • Verval van de voorwaarde dat de kwetsbaarheid bijzonder moet zijn