- Arrest van 23 januari 2013

23/01/2013 - P.13.0056.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het Hof mag rekening houden met de vermeldingen in het proces-verbaal van verhoor van de inverdenkinggestelde om vast te stellen dat, in strijd met wat het middel aanvoert, laatstgenoemde door de onderzoeksrechter ervan in kennis was gesteld dat hij het recht had om vertrouwelijk overleg te plegen met een advocaat naar keuze of met een hem toegewezen advocaat.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0056.F

R. T.,

Mr. Alexandru Lazar, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 8 januari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Vierde middel

Het middel voert aan dat de onderzoeksrechter de eiser niet heeft meegedeeld dat hij het recht had om een advocaat te kiezen.

Uit het proces-verbaal van het verhoor blijkt dat de onderzoeksrechter de eiser had meegedeeld dat hij het recht had om vertrouwelijk overleg te plegen met een ad-vocaat naar keuze of met een hem toegewezen advocaat.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Vijfde middel

Het middel verwijt de appelrechters dat zij het bevel tot aanhouding niet nietig hebben verklaard omdat de onderzoeksrechter de eiser zonder een advocaat heeft ondervraagd, zonder in het proces-verbaal van verhoor te vermelden of hij al dan niet afstand deed van de bijstand van een advocaat.

Hoewel de verdachte, met toepassing van artikel 16, § 2, tweede lid, van de wet van 20 juli 1990, recht heeft op bijstand van zijn advocaat tijdens zijn ondervra-ging door de onderzoeksrechter, is het bevel tot aanhouding niettemin regelmatig verleend wanneer die bijstand niet mogelijk was wegens overmacht.

Het arrest wijst erop dat het proces-verbaal van verhoor door de onderzoeksrech-ter verduidelijkt dat hij contact heeft opgenomen met het bureau voor juridische bijstand, maar dat geen enkele advocaat beschikbaar was om bijstand te verlenen tijdens dat verhoor. Het leidt daaruit af dat de onderzoeksrechter niets te ver-wijten valt.

Aangezien de appelrechters aldus, de onafhankelijkheid van de advocaat indach-tig, vaststellen dat de onderzoeksrechter onmogelijk aan de verplichting kon vol-doen om een verhoor af te nemen met de bijstand van een raadsman, hebben zij naar recht beslist dat het bevel tot aanhouding regelmatig was.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorafgaand verhoor door de onderzoeksrechter

  • Kennisgeving aan de inverdenkinggestelde van het recht om vertrouwelijk overleg te plegen met een advocaat naar keuze

  • Toezicht op de eerbiediging van dat vormvereiste

  • Inachtneming van het vormvereiste blijkt uit het proces-verbaal van verhoor