- Arrest van 23 januari 2013

23/01/2013 - P.12.0089.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek verbiedt de feitenrechter niet om, op voorwaarde dat hij de omstandigheden van het ongeval niet wijzigt, vast te stellen dat de schade zich op dezelfde wijze en met dezelfde gevolgen zou hebben voorgedaan indien de bestuurder geen vluchtmisdrijf zou hebben gepleegd (1). (1) Zie Cass. 28 mei 2008, AR P.08.0226.F, AC 2008, nr. 324.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0089.F

A. H.,

Mr. Olivier Dubois, advocaat bij de balie te Charleroi,

tegen

1. M. T.,

2. AXA BELGIUM nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Charleroi van 22 november 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

De eerste verweerder was als bestuurder van een voertuig betrokken bij twee op-eenvolgende verkeersongevallen die met een tussentijd van enkele minuten zijn gebeurd.

De voormelde verweerder werd, in het kader van het eerste ongeval, vervolgd we-gens verkeersovertredingen en vluchtmisdrijf en, in het kader van het tweede on-geval, wegens aan de eiser toegebrachte onopzettelijke slagen en verwondingen, weigering om voorrang te verlenen en vluchtmisdrijf.

De appelrechters verklaren de overtredingen tegen het wegverkeersreglement ver-jaard, veroordelen de verweerder op strafrechtelijk vlak wegens de feiten van vluchtmisdrijf en spreken hem vrij van onopzettelijke slagen en verwondingen, op grond dat de feiten van weigering van voorrang niet waren bewezen.

Op burgerrechtelijk vlak hebben zij de vordering van de eiser afgewezen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De persoon die in het bestreden vonnis met de naam H. A. is aangeduid, vereen-zelvigt zich met eiser H., zoals hierboven vermeld.

Het middel steunt op de stelling dat een bestuurder die gevlucht is, aansprakelijk moet worden gesteld, ook al is het maar gedeeltelijk, voor elk nieuw ongeval waarin hij wordt betrokken terwijl hij op wederrechtelijke wijze van de plaats van het eerste ongeval wegreed. Die bewering wordt afgeleid uit het feit dat het twee-de ongeval zich niet zou hebben voorgedaan indien de bestuurder zijn plicht om op de plaats van het eerste ongeval te blijven was nagekomen.

Artikel 1382 Burgerlijk Wetboek verbiedt de feitenrechter evenwel niet om, mits hij de omstandigheden van het ongeval niet wijzigt, vast te stellen dat de schade zich op dezelfde wijze zou hebben voorgedaan en met dezelfde gevolgen indien de bestuurder geen vluchtmisdrijf zou hebben gepleegd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verkeersongeval

  • Opeenvolgende ongevallen

  • Vluchtmisdrijf na het eerste ongeval

  • Oorzakelijk verband met het tweede ongeval

  • Beoordeling door de rechter