- Arrest van 25 januari 2013

25/01/2013 - C.12.0202.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bepaling van artikel 20 Faillissementswet dat handelingen of betalingen verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers niet kunnen worden tegengeworpen onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad, is een toepassing van artikel 1167 Burgerlijk Wetboek (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0202.N

LOONWERKEN GEPA bvba, met zetel te 8820 Torhout, Edewallestraat 12A,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. Patrick CONTENT, met kantoor te 8400 Oostende, Jozef II-straat 18, als curator van het faillissement van L.I.M.P. bvba, met zetel te 8820 Torhout, Edewallestraat 14,

verweerder,

2. FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN, openbare instelling, met zetel te 1050 Elsene, Troonstraat 100,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de ver-weerder woonplaats kiest,

in aanwezigheid van

1. Geert PATTYN, wonende te 8820 Torhout, Edewallestraat 14,

2. Rita DEBOODT, wonende te 8820 Torhout, Edewallestraat 14,

partijen opgeroepen in bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 2 januari 2012.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 16 november 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 20 Faillissementswet kunnen handelingen of betalingen verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers niet wor-den tegengeworpen onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad. Deze bepaling is een toepassing van artikel 1167 Burgerlijk Wetboek.

2. De vordering bedoeld in artikel 1167 Burgerlijk Wetboek strekt tot vergoe-ding van de schade die de bedrieglijke verarming van de schuldenaar aan de schuldeiser berokkent. Een dergelijke pauliaanse vordering is onderworpen aan de verjaringstermijnen bedoeld in artikel 2262bis, § 1, tweede en derde lid, Burgerlijk Wetboek.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat de vordering bedoeld in artikel 20 Faillis-sementswet een persoonlijke vordering is die onderworpen is aan de tienjarige verjaringstermijn van artikel 2262bis, § 1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, faalt naar recht.

Tweede middel

4. Overeenkomstig artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, verwijst ie-der eindvonnis de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, waaronder de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1018, 6°, en 1022 Gerechtelijk Wet-boek.

5. De veroordeling tot de gerechtskosten onderstelt dat tussen de partijen een daadwerkelijke procesverhouding bestaat derwijze dat tussen hen een vordering werd ingesteld strekkende tot de veroordeling van de ene partij jegens de andere.

6. De appelrechters die de eiseres jegens de tweede verweerder veroordelen tot de rechtsplegingsvergoeding, terwijl zij vaststellen dat de tussenkomst van deze partij van bewarende aard is en ertoe strekt de vordering van de curator, de eerste verweerder te ondersteunen en om voorbehoud te vragen voor een eventueel later tegen de eiseres in te stellen vordering, schenden artikel 1017, eerste lid, Gerech-telijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot de ge-rechtskosten van de tweede verweerder.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres in de helft van de kosten.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feiten-rechter.

Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partijen.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1326,14 euro en voor de verweerster 2 op 180,60 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 25 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols Bart Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Handelingen of betalingen met bedrieglijke benadeling rechten schuldeisers