- Arrest van 1 februari 2013

01/02/2013 - C.11.0583.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 4 van de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State, vloeit voort dat deze wet van 25 juli 2008 niet van toepassing is wanneer een definitief geworden rechterlijke beslissing de vordering tot schadevergoeding verjaard heeft verklaard (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0583.N

L. V. I.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris voor Mo-biliteit, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Vooruitgangstraat 56,

verweerder,

2. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, met kabinet te 1000 Brussel, Aren-bergstraat 7,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 februari 2011 op verwijzing na arrest van dit Hof van 20 december 2007.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 27 november 2012 een schrif-telijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 4, eerste lid, van de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Bur-gerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomp-tabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schade-vergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State, be-paalt dat deze wet van toepassing is op beroepen tot vernietiging die bij de Raad van State zijn ingediend vóór de inwerkingtreding ervan. Krachtens het tweede lid van artikel 4 is deze wet evenwel niet van toepassing wanneer de vordering tot schadevergoeding vóór de inwerkingtreding van deze wet verjaard is verklaard bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing waartegen geen cassatieberoep is in-gediend.

2. Uit deze bepaling vloeit voort dat de wet van 25 juli 2008 niet van toepas-sing is wanneer een definitief geworden rechterlijke beslissing de vordering tot schadevergoeding verjaard heeft verklaard.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat de wet van 25 juli 2008 van toepassing is ook al is het cassatieberoep tegen een rechterlijke beslissing waarbij de vordering verjaard werd verklaard, verworpen vóór de inwerkingtreding van de wet, faalt naar recht.

Tweede middel

4. Het middel komt op tegen de feitelijke beoordeling door de appelrechters dat de beslissing van 29 september 1987 de logische en voorspelbare uitkomst was van de gevolgen die de vernietigde beslissingen van 1980, 1982 en 1983 hadden teweeggebracht en dat deze beslissing op zichzelf geen verzwaring of vergroting van de schade heeft teweeggebracht.

Het middel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 681,58 euro en voor de verweerder 2 op 320,46 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Eric Stassijns en Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 februari 2013 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche G. Jocqué B. Deconinck

A. Fettweis E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Stuiting van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State