- Arrest van 5 februari 2013

05/02/2013 - P.13.0167.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat de overlevering enkel afhankelijk kan worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden om er de straf of de veiligheidsmaatregel te ondergaan die tegen hem in de uitvaardigende Staat is uitgesproken, wanneer het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd met het oog op de instelling van vervolging of wanneer het werd uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een bij verstek opgelegde straf en dan enkel met betrekking tot de straf die na een nieuwe berechting in zijn aanwezigheid tegen hem zou worden uitgesproken in de uitvaardigende lidstaat (1). (1) HvJ, 21 okt. 2010, I.B., C-306/09.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0167.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

S A,

persoon krachtens wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aange-houden,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 22 januari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 6, 4°, 7, 8 en 16, § 1, twee-de lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest verklaart het Europees aan-houdingsbevel uitvoerbaar, maar maakt ten onrechte de overlevering afhankelijk van de voorwaarde dat de verweerder na te zijn berecht terug naar België wordt gezonden om er zijn straf of veiligheidsmaatregel, die tegen hem in Spanje is uit-gesproken, te ondergaan; deze voorwaarde kan evenwel enkel worden opgelegd wanneer het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd met betrekking tot de instelling van vervolging; uit het Europees aanhoudingsbevel kan worden afgeleid dat het enkel gaat om een definitief uitvoerbaar vonnis; uit de andere stukken van het dossier blijkt niet dat de verweerder nog een rechtsmiddel kan aanwenden te-gen dit vonnis.

2. Artikel 8 Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt: "Indien de persoon op wie het Europees aanhoudingsbevel met het oog op de instelling van vervolging betrekking heeft, Belg is of in België verblijft, kan de overlevering afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden teneinde aldaar de straf of de veiligheidsmaatregel te on-dergaan die tegen hem in de uitvaardigende Staat is uitgesproken."

Hieruit volgt dat de overlevering enkel afhankelijk kan worden gesteld van de voorwaarde dat de persoon, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden om er de straf of de veiligheidsmaatregel te ondergaan die tegen hem in de uit-vaardigende Staat is uitgesproken, wanneer het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd met het oog op de instelling van vervolging of wanneer het werd uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een bij verstek opgelegde straf en dan enkel met betrekking tot de straf die na een nieuwe berechting in zijn aanwezigheid tegen hem zou worden uitgesproken in de uitvaardigende Lid-Staat.

3. Het arrest oordeelt dat de eiser bij vonnis van 7 maart 2008 van de recht-bank te Vitoria-Gasteiz werd veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één jaar en dat het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd tot ten uitvoer-legging van deze straf.

Het stelt niet vast dat te dezen nog rechtsvervolging mogelijk is.

4. Op grond van deze redenen verantwoorden de appelrechters niet wettig hun beslissing de overlevering van de verweerder afhankelijk te stellen van de voor-waarde dat hij, na te zijn berecht, naar België wordt teruggezonden om er zijn straf of veiligheidsmaatregel te ondergaan, die tegen hem in Spanje is uitgespro-ken.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 65,83 euro.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 5 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaar-digd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Europees aanhoudingsbevel

  • Voorwaarde dat de persoon na berechting wordt teruggezonden naar de uitvoerende lidstaat

  • Toepassingsvoorwaarde