- Arrest van 6 februari 2013

06/02/2013 - P.12.1650.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aanranding van de eerbaarheid vereist dat de dader weet dat de daad die hij gaat plegen objectief immoreel of aanstootgevend is en dat hij de wil had die te plegen; de omstandigheid dat de dader daarnaast zijn driften heeft willen bevredigen of onzedige bedoelingen zou hebben gehad, slaat op zijn drijfveer, die evenwel geen bestanddeel van het misdrijf is (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1650.F

C. W.,

Mrs. Marc Uyttendaele, Laurent Kennes en Michel Cuesta Campins, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

S. C.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 12 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 24 januari 2013 een conclusie neergelegd op de griffie van het Hof.

Op de rechtszitting van 6 februari 2013 heeft raadsheer Françoise Roggen verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering

Middel

Eerste onderdeel

De eiser voert aan dat het arrest het moreel bestanddeel van het in artikel 373 Strafwetboek bedoelde misdrijf, waaraan het hem schuldig verklaart, niet vast-stelt.

Aanranding van de eerbaarheid vereist dat de dader weet dat de daad die hij gaat plegen objectief immoreel of aanstootgevend is en dat hij de wil had die te plegen.

De omstandigheid dat de dader daarnaast zijn driften heeft willen bevredigen of onzedige bedoelingen zou hebben gehad, slaat op zijn drijfveer, die evenwel geen bestanddeel van het misdrijf is.

Het arrest oordeelt dat de verweerster in de kajuit van het schip, voorbehouden aan de vrouwen, in haar slaap werd verrast door een man in ondergoed die haar kooi was binnengeslopen en haar benen aanraakte, dat zij zich daarop heeft verzet en hem meermaals heeft aangemaand weg te gaan, wat door twee collega's in de kajuit werd gehoord. De appelrechters hebben ook gewezen op het opdringerige gedrag van de eiser, hoewel de verweerster hem had gevraagd haar kooi te verla-ten.

Met die overwegingen inzake de aanwezigheid van bewustzijn en wil, die het in de voormelde bepaling vereiste moreel bestanddeel uitmaken, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

De eiser voert aan dat de door hem gestelde materiële handeling niet voldoende ernstig is om volgens de wet als aanranding van de eerbaarheid te worden aange-merkt.

Dit wanbedrijf veronderstelt een aanranding onder dwang van de seksuele integri-teit van het slachtoffer, zoals die door het collectief bewustzijn wordt ervaren op het ogenblik van de feiten.

De appelrechters hebben uit de door het hof van beroep vastgestelde feitelijke ge-gevens, die hierboven in antwoord op het eerste onderdeel zijn samengevat, kun-nen afleiden dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding van de eer-baarheid met geweld.

De appelrechters, die geoordeeld hadden dat die handelingen de eerbaarheid van het slachtoffer konden hebben gekwetst, dienden niet meer te antwoorden op de conclusie waarin de ernst ervan werd betwist.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de bur-gerlijke rechtsvordering van de verweerster, uitspraak doet over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

De eiser voert geen bijzonder middel aan.

2. de omvang van de schade

Het arrest kent de verweerster een provisionele schadevergoeding toe en beveelt een deskundigenonderzoek.

Dergelijke beslissing is geen eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en houdt geen verband met de gevallen die in het tweede lid van dat artikel zijn bedoeld.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Aanranding van de eerbaarheid

  • Bestanddelen

  • Opzettelijk bestanddeel