- Arrest van 6 februari 2013

06/02/2013 - P.12.0395.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter vaststelt dat de inachtneming van de afschotplannen bijdraagt tot een goed wildbeheer en dat dit beheer deel uitmaakt van het maatschappelijk doel van een welbepaalde Wildbeheereenheid, en dat het statutair de taak is van laatstgenoemde om geldboetes op te leggen aan de jachtrechthouders van de sectoren die het bij afschotplan vastgestelde aantal niet hebben gehaald, kan hij die jachtraad strafrechtelijk verantwoordelijk stellen voor de niet-uitvoering van het afschotplan waarvan zij de uitwerking en tenuitvoerlegging diende te regelen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0395.F

WILDBEHEEREENHEID VAN HET BOSMASSIEF VAN SAINT-HUBERT vzw,

Mrs. Albert Lesceux en Pierre Neuville, advocaten bij de balie te Marche-en-Famenne,

tegen

DE AFGEVAARDIGD SANCTIONEREND AMBTENAAR van het operationeel directoraat-generaal landbouw, natuurlijke hulpbronnen en milieu van de Waalse Overheidsdienst,

Mr. Robert Joly, advocaat bij de balie te Namen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de politierechtbank te Neufchâ-teau van 10 februari 2012, dat in eerste en laatste aanleg uitspraak doet over een verzoek van de eiseres tot betwisting van twee haar door de verweerder opgelegde administratieve geldboetes.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Twee eerste onderdelen

De eiseres voert aan dat een jachtraad alleen tot taak heeft om voor haar leden, die bestaan uit jachtrechthouders, een met redenen omklede aanvraag in te dienen tot toewijzing van een afschotplan. Zij leidt daaruit af dat de strafrechtelijke verant-woordelijkheid bij niet-uitvoering van het afschotplan alleen op de jachtrechthou-der en niet op haar rust.

Het vonnis stelt vast dat de uitvoering van de afschotplannen bijdraagt tot een goed wildbeheer, dat dit beheer onder het maatschappelijk doel van de eiseres valt, dat de haar toegewezen taak zich niet beperkt tot de aanvraag van afschot-plannen, dat zij statutair immers geldboetes moet opleggen aan de jachtrechthou-ders van de sectoren die het bij afschotplan vastgestelde aantal niet hebben ge-haald, en dat zij niet bewijst of voorstelt te bewijzen dat zij de nodige sancties heeft genomen.

Het vonnis vermeldt voorts dat de eiseres, door vergaderingen per sector vast te leggen ter uitsplitsing van het afschotplan, tegen de wens van de afdeling Natuur en Bossen in, een beheer aanmoedigt dat geen rekening houdt met de verrichte tel-lingen en met de noodzaak om de populatie hertachtigen in bepaalde zones terug te dringen.

De politierechtbank verantwoordt aldus naar recht haar beslissing om de eiseres strafrechtelijk verantwoordelijk te stellen voor de niet-uitvoering van het afschot-plan waarvan zij de uitwerking en tenuitvoerlegging diende te regelen.

Die onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

Het vonnis oordeelt dat:

- de eiseres op 14 mei 2010 bij de directeur van de afdeling Natuur en Bossen een aanvraag voor een afschotplan heeft ingediend voor de jacht op edelhert voor het seizoen 2010-2011 ;

- de directeur het plan bij beslissing van 17 juni 2010 heeft goedgekeurd ;

- de Waalse regering op 13 september 2010 een verlaging van de te bereiken minimumquota heeft toegekend, met name 230 zonder gewei en 65 met gewei in sector één, 166 zonder gewei en 60 met gewei in sector twee ;

- op 30 november het opgelegde minimum in geen van beide sectoren was be-reikt, en de eiseres hiervan nog dezelfde dag in kennis werd gesteld ;

- de eiseres op 6 december 2010 alle leden eraan heeft herinnerd dat zij zich dienden te houden aan de afschotplannen ;

- de niet-uitvoering van het afschotplan niettemin werd vastgesteld in een pro-ces-verbaal van 10 mei 2011, waarin het tekort werd becijferd.

Met die vermeldingen omlijnt het bestreden vonnis het tijdvak waarin de misdrij-ven zijn gepleegd, te dezen het jachtseizoen 2010-2011.

Het vonnis bekrachtigt de administratieve beslissing, die op haar beurt preciseert dat het decreet van 21 oktober 2010 waarbij de uitvoering van het afschotplan verplicht wordt gesteld, in werking is getreden vóór de opening van de betreffen-de jacht.

De overtreding werd dus door de politierechtbank en door de gemachtigd ambte-naar omschreven in bewoordingen die het Hof in staat stellen na te gaan of zij niet verjaard is en onder het Waals decreet van 5 juni 2008 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de beteugeling van milieuovertredingen en de herstelmaatregelen inzake leefmilieu valt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Waals Gewest

  • Wildbeheer

  • Overtreding met betrekking tot de niet-naleving van een afschotplan

  • Jachtraad

  • Strafrechtelijke verantwoordelijkheid