- Arrest van 7 februari 2013

07/02/2013 - C.12.0158.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De regel van openbare orde die is vastgelegd in artikel 4 van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, en krachtens welke de burgerlijke rechtsvordering die niet terzelfdertijd als de strafvordering voor dezelfde rechter wordt vervolgd, geschorst is zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, is gesteld omdat het strafvonnis in de regel ten aanzien van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering gezag van gewijsde heeft voor de punten die de twee vorderingen met elkaar gemeen hebben: de strafrechter dient uitspraak te doen over de strafvordering bij een beslissing die gezag van gewijsde heeft voor de burgerlijke rechtsvordering die afzonderlijk is ingesteld voor de burgerlijke rechter en die op dezelfde feiten gegrond is (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0158.F

V. B.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

N. L.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 september 2011.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 15 januari 2013 op de griffie een conclusie neergelegd.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De regel van openbare orde die is vastgelegd in artikel 4 van de wet van 17 april 1878 houdende de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, en krachtens welke de burgerlijke rechtsvordering die niet terzelfdertijd als de straf-vordering voor dezelfde rechter wordt vervolgd, geschorst is zolang niet definitief is beslist over de strafvordering, is gesteld omdat het strafvonnis in de regel ten aanzien van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering gezag van ge-wijsde heeft voor de punten die de twee vorderingen met elkaar gemeen hebben.

Alleen de strafrechter kan uitspraak doen over de strafvordering bij een beslissing die gezag van gewijsde heeft voor de burgerlijke rechtsvordering die afzonderlijk is ingesteld voor de burgerlijke rechter en die op dezelfde feiten gegrond is.

Wanneer een onderzoek wegens valsheid en gebruik van valse stukken is geopend met betrekking tot een stuk waarop de burgerlijke rechtsvordering is gegrond, dient de burgerlijke rechter de uitspraak over de voor hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering aan te houden zolang de strafrechter niet definitief uitspraak heeft gedaan, zelfs als aangevoerd wordt dat de strafvordering niet gegrond is en de klacht een vertragingsmanoeuvre is.

Het arrest stelt vast dat de eiseres bij een onderzoeksrechter klacht met burgerlij-kepartijstelling tegen de verweerster heeft ingediend "wegens valsheid in geschrif-ten en gebruik van valse stukken, met betrekking [tot de schuldbekentenis die de verweerster tot staving van haar vordering aanvoert]", en dat er tegen de ver-weerster een strafdossier is geopend.

Het arrest, dat weigert de uitspraak over de gegrondheid van de vordering aan te houden, op grond dat "de klacht van [de eiseres] prima facie alleen maar een buitenvervolgingstelling tot gevolg kan hebben en dus tot geen enkele correctionele beslissing kan leiden, in tegenstelling tot de burgerlijke beslissing die in deze zaak gewezen zal worden", doet uitspraak over de gegrondheid van de strafvordering en schendt derhalve artikel 4 van de wet van 17 april 1878.

Het middel is gegrond.

(...)

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het incidenteel beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Michel Lemal, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 7 febru-ari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Artikel 4, V.T.Sv.

  • Strafvordering

  • Afzonderlijk voor de burgerlijke rechter ingestelde burgerlijke rechtsvordering

  • Schorsing van de burgerlijke rechtsvordering

  • Verantwoording