- Arrest van 8 februari 2013

08/02/2013 - C.11.0615.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De sanctie van de onontvankelijkheid van de vordering is van toepassing op de ondernemingen die weliswaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ingeschreven, maar waarvan de inschrijving ofwel niet de activiteit betreft waarop de vordering gesteund is ofwel niet beantwoordt aan het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op die datum is ingeschreven.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0615.N

M K,

eiser,

aan wie rechtsbijstand werd verleend op 23 juni 2011 onder nummer G.11.0039.N,

vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

HAARWERKEN J. SMEDTS bvba, met zetel te 2850 Boom, Antwerpsestraat 446,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter te Boom van 3 februari 2011.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 14, vierde lid, Wet 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruis-puntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot op-richting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, hier-na Kruispuntbank Ondernemingen, bepaalt: "Indien de handels- of ambachtson-derneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van de onderneming eveneens onontvanke-lijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien de onontvankelijkheid niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen."

Deze sanctie is van toepassing op de ondernemingen die weliswaar in de Kruis-puntbank zijn ingeschreven, maar waarvan de inschrijving ofwel niet de activiteit betreft waarop de vordering gesteund is ofwel niet beantwoordt aan het maat-schappelijk doel waarvoor de onderneming op die datum is ingeschreven.

2. Na te hebben geoordeeld dat de wetgever met het woord "of" in voormeld artikel 14, vierde lid, duidelijk gesteld heeft dat het niet-beantwoorden aan één van de voorwaarden de niet-ontvankelijkheid van de vordering met zich brengt, verklaart het bestreden vonnis de vordering ontvankelijk op grond dat aan de voorwaarde van het beantwoorden aan het maatschappelijk doel is voldaan.

Door aldus niet beide ontvankelijkheidsvoorwaarden na te gaan, verantwoordt het bestreden vonnis zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar de vrederechter van het kanton Kontich.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2013 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Kruispuntbank van ondernemingen

  • Onderneming

  • Inschrijving

  • Vordering in rechte

  • Gesteund op andere activiteit dan ingeschrevene

  • Niet vallend onder ingeschreven maatschappelijk doel

  • Gevolg

  • Ontvankelijkheid