- Arrest van 12 februari 2013

12/02/2013 - P.12.0785.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vereiste dat een bevel tot huiszoeking met redenen moet omkleed zijn is vervuld door de vermelding van het misdrijf dat men op het oog heeft, alsook van de plaats en het voorwerp van de huiszoeking zonder dat het noodzakelijk is om in het huiszoekingsbevel een gedetailleerde weergave van de feiten op te maken, noch om de op te sporen zaken in detail te beschrijven; het is evenwel noodzakelijk dat de officier van gerechtelijke politie die met de onderzoeksopdracht is belast, over de nodige gegevens beschikt die hem moeten toelaten te weten over welk misdrijf het onderzoek wordt gevoerd en welke nuttige opsporingen en inbeslagnemingen hij daartoe kan verrichten zonder de grenzen van het gerechtelijk onderzoek en van zijn opdracht te buiten te gaan en die vermeldingen moeten ook diegene bij wie de huiszoeking wordt uitgevoerd, voldoende informatie aanreiken over de telastleggingen die aan de oorsprong van de actie liggen, zodat hij de wettigheid ervan kan nagaan (1). (1) Zie: Cass. 26 maart 2002, AR P.01.1642.N, AC 2002, nr. 204.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0785.N

A N W J C,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Bert Partoens, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 29 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM en de artike-len 87, 88 en 89bis Wetboek van Strafvordering, evenals miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat de omstandigheid dat de politiediensten eerdere inlichtingen uit een anoniem schrijven niet vaststelden op het ogenblik dat zij ter plaatse summier en discreet nazicht deden, geen afbreuk doet aan de regelmatigheid van de huiszoeking; een huiszoeking kan mits er voorafgaande ernstige aanwijzingen bestaan dat er een misdrijf gepleegd werd, in principe enkel bevolen worden om bewijsmiddelen te vinden, niet om misdrijven te ontdekken; het afgeleverde huiszoekingsbevel toonde op geen enkele wijze aan dat er voorafgaandelijk ernstige aanwijzingen bestonden dat er een misdrijf zou gepleegd zijn en concretiseerde deze aanwijzingen niet zodat de eiser a priori onmogelijk de wettelijkheid van het bevel kon verifiëren.

2. In zoverre het middel gericht is tegen het huiszoekingsbevel, is het niet ont-vankelijk.

3. Een bevel tot huiszoeking moet met redenen omkleed zijn. Dit vereiste is vervuld door de vermelding van het misdrijf dat men op het oog heeft, alsook van de plaats en het voorwerp van de huiszoeking.

Het is weliswaar niet noodzakelijk om in het huiszoekingsbevel een gedetailleerde weergave van de feiten op te maken, noch om de op te sporen zaken in detail te beschrijven.

Het is evenwel noodzakelijk dat de officier van gerechtelijke politie die met de onderzoeksopdracht is belast, over de nodige gegevens beschikt die hem moeten toelaten te weten over welk misdrijf het onderzoek wordt gevoerd en welke nutti-ge opsporingen en inbeslagnemingen hij daartoe kan verrichten zonder de grenzen van het gerechtelijk onderzoek en van zijn opdracht te buiten te gaan. Die ver-meldingen moeten ook diegene bij wie de huiszoeking wordt uitgevoerd, vol-doende informatie aanreiken over de telastleggingen die aan de oorsprong van de actie liggen, zodat hij de wettigheid ervan kan nagaan.

4. Vooraleer een huiszoekingsbevel wordt verleend dienen er geen bewijzen, maar wel ernstige aanwijzingen te bestaan dat het te onderzoeken misdrijf werd gepleegd.

Deze aanwijzingen kunnen bestaan in weliswaar anonieme, maar nauwkeurige in-lichtingen betreffende het te onderzoeken misdrijf.

Geen enkele wettelijke bepaling laat het in overweging nemen van aanwijzingen uit een anonieme inlichting afhangen van de voorwaarden dat die vooraf beves-tigd worden door een bijkomend onderzoek door de politie.

Ook dienen de aanwijzingen dat het te onderzoeken misdrijf werd gepleegd, niet geconcretiseerd te worden in het bevel tot huiszoeking.

De huiszoeking is niet onregelmatig en niet strijdig met de artikelen 6 en 8 EVRM of met het recht van verdediging op de enkele grond dat zij het gevolg is van in-lichtingen die door een anonieme onbevestigde inlichting zijn verkregen.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. Het staat aan de rechter in feite te oordelen of op het ogenblik dat de huis-zoeking werd verricht, er ernstige aanwijzingen bestonden dat op het adres alwaar de huiszoeking diende te worden uitgevoerd, het misdrijf dat door het onderzoek wordt beoogd, werd gepleegd of dat zich aldaar stukken of voorwerpen bevinden die kunnen bijdragen tot de ontdekking van de waarheid met betrekking tot het in het huiszoekingsbevel bedoelde misdrijf.

In zoverre het middel opkomt tegen deze onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters, is het niet ontvankelijk.

6. Met de overweging dat "een anonieme aangifte door (vermoedelijk de bu(u)r(en)" die "nauwkeurige inlichtingen (bevat) over een ‘verborgen weedkwe-kerij' o.m. worden lawaai- en reukhinder alsook storingen op het televisienet ge-rapporteerd", verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing dat op het ogenblik dat bij de eiser huiszoeking werd verricht, er ernstige aanwijzingen be-stonden dat op eisers adres een misdrijf werd gepleegd.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 64,18 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 12 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Huiszoeking

  • Bevel tot huiszoeking

  • Motivering

  • Begrip

  • Doel