- Arrest van 12 februari 2013

12/02/2013 - P.12.0675.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 772 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken (1). (1) Cass., 14 feb. 2001, AR P.00.1350.F, P.00.1353.F en P.00.1363.F, AC 2001, nr. 91; Cass., 9 dec. 2008, AR P.08.1159.N, AC 2008, nr. 712.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0675.N

W J I P,

beklaagde en burgerlijke partij,

eiser,

met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. M M A D,

beklaagde en burgerlijke partij,

2. E M,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 21 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2 en 772 Gerechtelijk Wetboek: door uitdrukkelijk te verwijzen naar artikel 772 Gerechtelijk Wetboek en de vereisten vermeld in dat artikel, oordeelt het arrest dat het debat slechts in de gevallen omschreven in dit artikel heropend mag worden, terwijl in strafzaken de rechter vrij oordeelt over de noodzaak of de raadzaamheid de door een partij verzochte heropening van het debat te bevelen.

2. Artikel 772 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken.

In strafzaken oordeelt de rechter onaantastbaar over de noodzaak of raadzaamheid de door een partij gevorderde heropening van het debat te bevelen.

3. Het arrest oordeelt: "De opname werd blijkbaar door [de eiser] in december 2006 gemaakt, zodat dit geen nieuw stuk of feit betreft dat door hem tijdens het beraad zou ontdekt zijn, zoals vereist door artikel 772 Gerechtelijk Wetboek.

Evenmin betreft deze opname een stuk ‘van overwegend belang', nu uit de inhoud van het strafdossier reeds voldoende blijkt welke de verhoudingen waren tussen [de eiser] en D tijdens de voorziene incriminatieperiode.

Het verzoek tot heropening der debatten is derhalve ongegrond."

4. Met die redenen verklaart het arrest het verzoek tot heropening van het de-bat ongegrond daar niet aan de voorwaarden van artikel 772 Gerechtelijk Wetboek is voldaan. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

5. Het tweede onderdeel kan niet tot ruimere cassatie of cassatie zonder ver-wijzing leiden en behoeft mitsdien geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de verweerders tot de kosten van het cassatieberoep.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 159,89 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 12 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Heropening van het debat

  • Artikel 772, Gerechtelijk Wetboek

  • Toepasselijkheid