- Arrest van 13 februari 2013

13/02/2013 - P.13.0162.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel het toezicht op de wettigheid van de administratieve beslissing waarbij een vreemdeling van zijn vrijheid wordt beroofd, het toezicht omvat op de juistheid van de feitelijke redenen waarop zij steunt, volgt daaruit niet dat het onderzoeksgerecht daarnaast nog uitspraak moet doen over de valsheid of echtheid van de in de zaak van die vreemdeling inbeslaggenomen reisdocumenten; uit het feit dat die documenten niet voorkomen in het dossier van de Dienst Vreemdelingenzaken, volgt niet dat zij haar beslissing niet heeft gemotiveerd of dat het onderzoeksgerecht daaruit diende af te leiden dat het onmogelijk was de wettigheid ervan na te gaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0162.F

R. B. M.,

Mr. Henri-Paul Roger Mukendi Kabongo Kokolo, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 januari 2013.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiseres voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van de artikelen 2 en 3 Wet Motivering Bestuurshandelingen. Zij voert aan dat de tegen haar genomen beslissing tot vrijheidsberoving niet afdoende met redenen is omkleed en dat de kamer van inbeschuldigingstelling bijgevolg niet mocht beslissen dat zij overeen-komstig de wet was genomen.

Het aan de bestuurshandeling verweten gebrek aan motivering wordt niet afgeleid uit de tekst van de akte maar uit het feit dat het paspoort van de eiseres, dat van valsheid wordt beticht en door de grenspolitie in beslag is genomen, ondanks haar herhaalde verzoeken niet bij het dossier van de Dienst Vreemdelingenzaken is ge-voegd.

Artikel 149 Grondwet is niet toepasselijk op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen met toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres voor de onderzoeksgerechten heeft gevraagd dat haar van valsheid betichte paspoort zou worden overgelegd.

Het arrest wijst erop dat de grenspolitie de eiseres heeft aangehouden in het bezit van een Congolees paspoort, voorzien van een vals Spaans visum. Op grond van die vaststelling oordelen de appelrechters dat de omstreden beslissing steun kon vinden in artikel 74/5, § 1, 2°, van de wet, aangezien de eiseres heeft getracht het grondgebied binnen te komen zonder aan de in artikel 2 gestelde voorwaarden te voldoen, wat de beslissing tot handhaving van 20 december 2012 vermeldt.

Hoewel het toezicht op de wettigheid van de administratieve beslissing het toe-zicht op de juistheid omvat van de feitelijke redenen waarop zij steunt, volgt daar-uit niet dat het onderzoeksgerecht daarnaast nog uitspraak moet doen over de valsheid of echtheid van de in zake van een vreemdeling in beslag genomen reis-documenten. Uit het feit dat die documenten niet voorkomen in het dossier van de Dienst Vreemdelingenzaken, volgt niet dat laatstgenoemde haar beslissing niet heeft gemotiveerd of dat het onderzoeksgerecht daaruit diende af te leiden dat het onmogelijk was de wettigheid ervan na te gaan.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiseres voert aan dat haar hechtenis, aangezien zij niet wettig van haar vrijheid werd beroofd, artikel 5.1 EVRM schendt.

De grief is enkel afgeleid uit het feit dat het in de zaak van de eiseres in beslag genomen paspoort niet bij het dossier van de Dienst Vreemdelingenzaken was ge-voegd en dus niet aan het toezicht van de onderzoeksgerechten was voorgelegd.

Zoals in antwoord op het eerste middel is vermeld, heeft dat feit niet voor gevolg dat de titel van vrijheidsberoving daardoor niet gemotiveerd is en houdt het geen verband met het bij artikel 72 van de wet ingestelde toezicht op de wettigheid.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 13 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Vrijheidsberoving

  • Administratieve beslissing

  • Beroep bij de rechterlijke macht

  • Onderzoeksgerecht

  • Toezicht op de wettigheid

  • Omvang

  • In beslag genomen valse of echte reisdocumenten