- Arrest van 15 februari 2013

15/02/2013 - F.12.0012.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die na de uitputting van het administratief beroep kennisneemt van een vordering betreffende het Leegstandsdecreet, is gehouden het werkelijk verschuldigde bedrag van de heffing te bepalen of te laten bepalen door het bestuur, indien hij van oordeel is dat de heffing slechts gedeeltelijk verschuldigd is; hij is hiertoe niet verplicht wanneer hij oordeelt dat de heffing volledig verschuldigd is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0012.N

1. A.G.,

2. P.P.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eisers woon-plaats kiezen,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 mei 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 24 oktober 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 39, § 2, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 (hierna: Leegstandsdecreet), zo-als hier van toepassing, kan de belastingplichtige tegen de aanslag gevestigd op grond van artikel 39, § 1, van dit decreet met een gemotiveerd verzoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering.

Krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende een belastingwet.

Krachtens artikel 1385undecies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de vorde-ring tegen de belastingadministratie inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de rechter die na de uitputting van het administratief beroep kennisneemt van een vordering betreffende het Leegstandsdecreet, gehouden is het werkelijk verschuldigde bedrag van de heffing te bepalen of te laten bepalen door het bestuur, indien hij van oordeel is dat de heffing slechts gedeeltelijk verschuldigd is.

Hij is hiertoe niet verplicht wanneer hij oordeelt dat de heffing volledig verschul-digd is.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 127,33 euro en voor de verweerder op 106,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Erwin Francis, en in openbare rechtszitting van 15 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols E. Francis G. Jocqué

K. Mestdagh E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vlaams Gewest

  • Leegstandsheffing

  • Betwisting

  • Taak van de rechter