- Arrest van 20 februari 2013

20/02/2013 - P.13.0112.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De in artikel 322 van het Strafwetboek bedoelde organisatie moet een opzettelijk karakter hebben, met uitsluiting van elke toevallige of onvoorziene bijeenkomst; zij moet de verschillende leden op ondubbelzinnige wijze aan elkaar binden tot een groep die op het geëigende ogenblik kan optreden; daaruit volgt dat het maatschappelijk gevaar dat artikel 322 wil bestraffen meer is dan alleen de overeenkomst waarbij verschillende personen beslissen om gezamenlijk misdrijven te plegen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0112.F

DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

1. M. T.,

2. O. D.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 17 december 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 11 februari 2013 een conclu-sie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 20 februari 2013 heeft raadsheer Gustave Steffens verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Naar luid van artikel 322 Strafwetboek is elke vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen een misdrijf, bestaande door het enkele feit van het inrichten der bende.

De in dat artikel bedoelde organisatie moet een opzettelijk karakter hebben, met uitsluiting van elke toevallige of onvoorziene bijeenkomst. Zij moet de verschil-lende leden op ondubbelzinnige wijze aan elkaar binden tot een groep die op het geëigende ogenblik kan optreden.

Het maatschappelijk gevaar dat artikel 322 wil bestraffen is dus meer dan alleen de overeenkomst waarbij verschillende personen beslissen om gezamenlijk mis-drijven te plegen.

Occasioneel overleg met het oogmerk om een misdaad of een wanbedrijf te plegen is geen georganiseerde vereniging.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Tweede middel

Het is niet tegenstrijdig om beklaagden vrij te spreken van de telastlegging ver-eniging van boosdoeners, na erop te hebben gewezen dat de feiten van hun inter-pellatie slechts wijzen op occasioneel overleg met het oogmerk om eventueel een misdrijf te plegen.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 20 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bestanddelen

  • Georganiseerde vereniging

  • Georganiseerd karakter van de bende