- Arrest van 22 februari 2013

22/02/2013 - D.12.0009.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Geen van de sancties die krachtens artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers door de provinciale raad kunnen opgelegd worden , ook al moeten ze op hun evenredigheid kunnen worden getoetst , zijn te aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM (1). (1) Zie Cass. 17 dec. 2009, AR D.09.0004.N, AC 2009 , nr. 761.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.12.0009.N

A C,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. ORDE DER APOTHEKERS, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Henri Jasparlaan 94,

2. NATIONALE RAAD VAN DE ORDE DER APOTHEKERS, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Henri Jasparlaan 94,

3. W B,

4. J S,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing gewezen door de Nederlandsta-lige Raad van Beroep van de Orde der Apothekers van 16 februari 2012.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der apothekers kan de provinciale raad de volgende sancties opleggen: waarschuwing, censuur, berisping, schorsing in het recht het beroep uit te oefenen gedurende een termijn die twee jaar niet mag te boven te gaan en schrapping van de lijst van de Orde.

2. Geen van deze sancties, ook al moeten ze op hun evenredigheid kunnen worden getoetst, zijn te aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM.

3. Het middel dat enkel artikel 3 EVRM als geschonden aanwijst, is niet ont-vankelijk.

Tweede middel

4. De rechter is niet gehouden te antwoorden op ieder argument dat geen af-zonderlijk verweer uitmaakt.

5. Het middel dat aanvoert dat de appelrechters niet hebben geantwoord op het argument dat de eiser niet de initiatiefnemer van het frauduleuze systeem was, kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 356,00 euro en voor de verweerders op 313,36 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Tucht

  • Sancties

  • Evenredigheid

  • Toetsing

  • Artikel 3 E.V.R.M.