- Arrest van 25 februari 2013

25/02/2013 - F.12.0094.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een partij die, ten behoeve van een gerechtelijke procedure, woonplaats kiest in het kantoor van haar raadsman, geeft aan die advocaat een bijkomende lastgeving bovenop het mandaat ad litem bedoeld in artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek (1). (1) Cass. 23 dec. 2010, AR C.09.0481.F, AC 2010, nr. 768.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0094.N

D.H.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest en door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Graanmarkt 2.

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie van de Invordering, Centrale diensten, met kantoor te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 33, bus 40,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 december 2011.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 november 2012 verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advo-caat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist.

Overeenkomstig artikel 39, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek mogen de betekening en de kennisgeving aan de woonplaats van de lasthebber van de geadresseerde ge-beuren wanneer de geadresseerde bij hem woonplaats heeft gekozen.

Krachtens artikel 2003 Burgerlijk Wetboek eindigt de lastgeving door opzegging van de lastgeving door de lasthebber.

2. Een partij die, ten behoeve van een gerechtelijke procedure, woonplaats kiest in het kantoor van haar raadsman, geeft aan die advocaat een bijkomende lastgeving bovenop het mandaat ad litem bedoeld in artikel 440, tweede lid, Ge-rechtelijk Wetboek.

Wanneer, bijgevolg, de advocaat verklaart niet langer de raadsman van die partij te zijn en zijn mandaat ad litem aldus is beëindigd, maakt die omstandigheid te-vens een einde aan de keuze van woonplaats bij die advocaat, zonder dat vereist is dat die partij de keuze van woonplaats heeft herroepen of dat de bijzondere last-geving betreffende de keuze van woonplaats werd opgezegd.

3. Uit de processtukken blijkt dat:

- de eiseres in haar verzoekschrift tot hoger beroep woonstkeuze heeft gedaan bij haar raadslieden;

- op de terechtzitting van 6 juni 2008 een conclusiekalender en een rechtsdag werden vastgesteld op grond van artikel 747, § 1, Gerechtelijk Wetboek;

- de raadsman van de eiseres op 4 september 2009 aan de hoofdgriffier van het hof van beroep te Brussel meldt dat hij zijn mandaat beëindigt;

- de griffie van het hof van beroep te Brussel op 10 juni 2011 kennis geeft van de verdaging van de rechtsdag naar 3 november 2011 aan deze toenmalige raadsman.

4. De appelrechters die vaststellen dat op "10 juni 2011 de rechtsdag [werd] betekend aan beide partijen op grond van artikel 747, § 2, Gerechtelijk Wetboek", en vervolgens de zaak behandelen in afwezigheid van de eiseres, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 25 februari 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deco-ninck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman A. Lievens

G. Jocqué K. Mestdagh B. Deconinck

Vrije woorden

  • Keuze van woonplaats in het kantoor van de raadsman