- Arrest van 26 februari 2013

26/02/2013 - P.12.1809.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 47sexies, §1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat er ook sprake is van een observatie als bedoeld in deze wetsbepaling, wanneer er een stelselmatige waarneming is van personen, hun aanwezigheid en gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen, uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1809.N

H D,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9820 Merelbeke, Jozef Hebbelynckstraat 2, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 16 oktober 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wet-boek van Strafvordering: het arrest oordeelt dat er slechts sprake is van een stel-selmatige observatie als deze de door de wet bepaalde duur overschrijdt en daar-enboven uitgevoerd wordt met technische middelen; er is ook sprake van stelsel-matige observatie in de zin van de vermelde wetsbepaling, wanneer deze uitge-voerd wordt door gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

2. Artikel 47sexies, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering be-paalt:

"Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een po-litieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.

Een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek is een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen ge-spreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulp-middelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale po-litie."

3. Uit deze wetsbepalingen volgt dat er ook sprake is van een observatie als bedoeld in deze wetsbepaling, wanneer er een stelselmatige waarneming is van personen, hun aanwezigheid en gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of ge-beurtenissen, uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale poli-tie.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het arrest van 27 maart 2012 van het hof van beroep, correctionele kamer, die met toepassing van artikel 189ter Wetboek van Strafvordering de kamer van inbeschuldiging-stelling gelast van de controle overeenkomstig artikel 235ter van dat wetboek, melding maakt van een observatie op 23 mei 2005 door de diensten van de CGSU-POSA, dat de vordering van het openbaar ministerie met verwijzing naar dat arrest eveneens melding maakt van die observatie uitgevoerd door dezelfde dienst en dat de eiser voor de kamer van inbeschuldigingstelling heeft aangevoerd dat er op 23 mei 2005 een observatie geweest is door de diensten van de DSU-POSA. Hieruit volgt dat de uitvoering van een observatie door een gespecialiseer-de dienst van de federale politie, zijnde de CGSU-POSA of de DSU-POSA, niet alleen in het debat was voor de kamer van inbeschuldigingstelling, maar ook een twistpunt was over het bestaan van een observatie als bedoeld in artikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering.

5. Het arrest kon derhalve het bestaan van een observatie als bedoeld in dat ar-tikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering niet uitsluiten zonder tevens vast te stellen dat er geen stelselmatige waarneming is geweest door de gespecialiseer-de dienst van de federale politie.

6. Het arrest oordeelt: "De politie-acties die werden ondernomen op 23 mei 2005 tot 19 augustus 2005 waren geen operaties in de zin van de artikelen 47sexies of 47octies van het Wetboek van Strafvordering, want er is geen sprake geweest van stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere perso-nen, van hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeur-tenissen, gedurende meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand, waarbij techni-sche middelen werden aangewend (observatie) (...)." Met die redenen stelt het ar-rest evenwel niet vast dat er geen stelselmatige waarneming geweest is door een gespecialiseerde dienst van de federale politie. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

7. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 154,17 euro.

F. Adriaensen

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 26 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Bijzondere opsporingsmethoden

  • Observatie

  • Stelselmatige observatie

  • Observatie door gespecialiseerde eenheden