- Arrest van 1 maart 2013

01/03/2013 - C.12.0188.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog; deze bepaling doet de verjaring van de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde lopen vanaf de betaling, ook al staat op dat ogenblik nog niet vast dat de verzekeraar over een grond van verhaal tegen de verzekerde beschikt (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0188.N

AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Brussel, Vorstlaan 25,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

T.D.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 21 maart 2011.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 3 december 2012 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 34, § 3, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de regres-vordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens be-drog.

Deze bepaling doet de verjaring van de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde lopen vanaf de betaling, ook al staat op dat ogenblik nog niet vast dat de verzekeraar over een grond van verhaal tegen de verzekerde beschikt.

2. De appelrechters stellen vast dat:

- de zoon van de verweerder op 6 juli 2004 een ongeval veroorzaakte met een quad;

- de eiseres de benadeelden in 2004 en 2005 vergoedde aangezien er geen be-twisting was over de aansprakelijkheid;

- de zoon van de verweerder bij vonnis van 4 april 2007 van de correctionele rechtbank te Hasselt werd veroordeeld wegens het sturen zonder rijbewijs;

- het cassatieberoep tegen dit vonnis werd verworpen bij arrest van het Hof van 6 november 2007;

- de eiseres de verweerder op 13 maart 2009 dagvaardde in terugbetaling van haar uitgaven op grond van artikel 25, 3°, b), Modelovereenkomst.

3. De appelrechters die oordelen dat de vordering van de eiseres verjaard is omdat op het ogenblik van de dagvaarding meer dan drie jaar verlopen is sedert de betalingen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

4. Met de redenen die het vonnis vermeldt, beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiseres over de wetsbepaling die op de regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde van toepassing is.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

5. Krachtens artikel 88, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbe-houden tegen de verzekeringnemer, en indien daartoe grond bestaat, tegen de ver-zekerde die niet de verzekeringnemer is.

Artikel 34, § 3, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de regresvorde-ring van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog.

6. Uit de samenhang tussen deze wetsbepalingen volgt dat de regresvordering van de verzekeraar verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, ook wanneer zij gericht is tegen de verzeke-ringnemer.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 535,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Landverzekeringsovereenkomst

  • Verjaring

  • Verjaringstermijn

  • Verzekeraar

  • Regresvordering

  • Verzekerde