- Arrest van 1 maart 2013

01/03/2013 - C.12.0307.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 114 en 121 Wet Landverzekeringsovereenkomst volgt dat de aanvaarding de begunstiging onherroepelijk maakt en de verzekeringnemer zijn recht van afkoop na de aanvaarding slechts kan uitoefenen mits toestemming van de begunstigde, ook al heeft deze de begunstiging aanvaard in tweede orde (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0307.N

A.B.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

PRIVATE ESTATE LIFE, naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te 8303 Capellen (Groot-Hertogdom Luxemburg), rue Pafebruch 38,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 februari 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 3 december 2012 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eise-res voor de appelrechters heeft aangevoerd dat aangezien de rechten van de beide begunstigden slechts eventuele rechten zijn zolang de eiseres niet is vooroverleden vóór de in de polis bepaalde datum waarop de verzekerde som haar zou worden uitbetaald, hun recht op begunstiging nog niet actueel is, zodat artikel 114 Wet Landsverzekeringsovereenkomst niet van toepassing is.

Het middel is in zoverre nieuw en mitsdien niet ontvankelijk.

2. Anders dan waarvan het middel uitgaat, oordelen de appelrechters niet dat de begunstiging in de door de eiseres gesloten levensverzekeringsovereenkomst moet beschouwd worden als een opschortende voorwaarde in de zin van de artikelen 1168, 1169 en 1181 Burgerlijk Wetboek maar wel dat het recht van de subsidiair aangewezen begunstigde op de verzekeringsprestatie overeenkomstig artikel 111 Wet Landverzekeringsovereenkomst afhankelijk is van de dubbele opschortende voorwaarde van overlijden van de verzekerde en overlijden van de hoofdbegunstigde dan wel diens afstand van de begunstiging.

Het middel berust in zoverre op een onjuiste lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

3. Krachtens artikel 114, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst komt het recht van afkoop van een levensverzekeringsovereenkomst toe aan de verzeke-ringnemer.

Krachtens artikel 114, tweede lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst is na de aanvaarding van de begunstiging voor de uitoefening van dat recht de toestem-ming van de begunstigde vereist.

Krachtens artikel 121, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst heeft de be-gunstigde door het enkele feit van zijn aanvaarding recht op de verzekeringspres-taties.

Krachtens artikel 121, tweede lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst wordt dat recht onherroepelijk door de aanvaarding van de begunstiging, onverminderd de herroeping van de schenkingen overeenkomstig de artikelen 953 tot 958 en 1096 Burgerlijk Wetboek en behoudens de toepassing van artikel 111.

4. Hieruit volgt dat de aanvaarding de begunstiging onherroepelijk maakt en de verzekeringnemer zijn recht van afkoop na de aanvaarding slechts kan uitoefe-nen mits toestemming van de begunstigde, ook al heeft deze de begunstiging aan-vaard in tweede orde.

5. De appelrechters oordelen dat:

- er tussen partijen geen betwisting bestaat dat de levensverzekeringsovereen-komst op de datum van het verzoek tot afkoop, S. als hoofdbegunstigde en B. als subsidiaire begunstigde aanwees;

- evenmin betwist wordt dat de beide begunstigden deze begunstiging hebben aanvaard;

- de begunstiging van B. door diens aanvaarding onherroepelijk is geworden.

6. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de verweerster het ver-zoek van de eiseres tot afkoop van de verzekeringsovereenkomst zonder de toe-stemming van de subsidiaire begunstigde niet konden honoreren, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 742,07 euro en voor de verweerder op 213,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Landverzekeringsovereenkomst

  • Levensverzekeringsovereenkomsten

  • Verzekeringnemer

  • Afkoop

  • Begunstigde

  • Verzekeringsprestaties

  • Aanwijzing

  • Aanvaarding van de begunstiging