- Arrest van 6 maart 2013

06/03/2013 - P.13.0333.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Indien de toegang tot een privévertrek dat eventueel als schuilplaats van de opgespoorde persoon dienst doet, door de betrokkene zelf is verleend, dienen de verbaliserende agenten, alvorens hem aan te houden, hem de reeds mondeling gegeven toestemming niet schriftelijk te doen bevestigen, aangezien een schriftelijke toestemming alleen vereist is voor de toestemming tot huiszoeking en niet wanneer de interpellatie geen huiszoeking vereist (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0333.F

I. R. E. F.,

II. R. E. F.,

Mr. Thibaut Colin, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 februari 2013, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 6 februari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van 21 februari 2013

Eerste middel

Op de conclusie van de eiser, die aanvoert dat de politieagenten bij ontstentenis van een schriftelijke toestemming zijn hotelkamer niet mochten betreden om hem aan te houden, antwoordt het arrest dat die toestemming niet was vereist omdat in de kamer geen opsporing ten huize of huiszoeking werd verricht, aangezien de agenten alleen zijn binnengegaan met de toestemming van haar bewoner, alvorens hem onverwijld en zonder verdere onderzoeksverrichtingen aan te houden.

Het arrest geeft aldus te kennen waarom het de door de eiser opgeworpen exceptie inzake zijn vrijheidsberoving afwijst.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het niet-vermelden van het adres in het bevel tot aanhouding bij verstek ontzegt de overheid, die met de uitvoering ervan is belast, het recht niet om toestemming te vragen om een privévertrek te betreden waar de opgespoorde persoon zich mo-gelijk schuilhoudt.

Indien die toegang door de gezochte persoon zelf is verleend, dienen de verbalise-rende agenten, alvorens hem aan te houden, hem de reeds mondeling gegeven toe-stemming niet schriftelijk te doen bevestigen.

Een schriftelijke toestemming is immers alleen vereist voor de toestemming tot huiszoeking en dus niet wanneer de interpellatie geen huiszoeking vereist.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van 22 februari 2013

In de regel kan een partij geen tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelf-de beslissing, ook al was over het eerste cassatieberoep nog geen uitspraak gedaan op het ogenblik dat het tweede cassatieberoep werd ingesteld.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Onschendbaarheid van de woning

  • Aanhouding

  • Bevel tot aanhouding bij verstek

  • Tenuitvoerlegging in een privévertrek

  • Toegang tot de plaats

  • Mondelinge toestemming

  • Geldigheid