- Arrest van 7 maart 2013

07/03/2013 - C.10.0741.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel de rechter bij de beoordeling van het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade de omstandigheden niet kan wijzigen waarin deze zich heeft voorgedaan, gebeurt dit wel onder voorbehoud dat de fout zelf wordt weggelaten (1). (1) Cass. 28 mei 2008, AR P.08.0226.F, AC 2008, nr. 324; Cass. 23 april 2009, AR C.07.0568.F, AC 2009, nr. 272; Cass. 14 nov. 2012, AR P.11.1611.F, AC 2012, nr. 612.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0741.F

V. M.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

GEMEENTE SAMBREVILLE, vertegenwoordigd door het college van burge-meester en schepenen,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 22 juni 2010.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert twee middelen aan in het cassatieverzoekschrift, waarvan een eens-luidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Hoewel de rechter bij de beoordeling van het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade de omstandigheden niet kan wijzigen waarin deze zich heeft voorge-daan, gebeurt dit wel onder voorbehoud dat de fout zelf wordt weggelaten.

Het arrest vermeldt, wat betreft het oorzakelijk verband tussen de fout en de scha-de, dat "het hof [van beroep] daaraan dus op overtollige wijze toevoegt dat het zich aansluit bij de beoordeling van de eerste rechter over het feit dat het oorza-kelijk verband niet met zekerheid vaststaat. Het spreekt immers voor zich dat de verweermiddelen die [de eiser] had kunnen aanvoeren en die destijds bekend wa-ren, gelet op de toenmalige context en op het feit dat [de eiser] reeds van al zijn bijzondere mandaten was ontheven, geen invloed hadden gehad op de litigieuze beslissing van de gemeenteraad. [De eiser] was zich daar trouwens terdege van bewust - hij heeft dat zelfs in zijn bovenstaande brief geschreven - en heeft verko-zen om de vergadering van de gemeenteraad waarop de litigieuze beslissing is genomen, niet bij te wonen, net zoals hij de vergadering van die raad waarop zijn bijzondere mandaten hem zijn ontnomen, niet heeft bijgewoond. De oorzaak van de schade waarover [de eiser] klaagt, is dus de beslissing over de grond van de zaak - de beslissing om de constructieve motie van wantrouwen goed te keuren, die, op zich, volstrekt wettig kon worden genomen - en niet de onwettigheid die is afgeleid uit het feit dat hij geen uitdrukkelijke oproeping heeft ontvangen, waarbij uit de omstandigheden van de zaak kan worden afgeleid dat de stemming van de constructieve motie van wantrouwen met een dergelijke uitdrukkelijke oproeping niet anders zou zijn verlopen".

Het arrest beslist om die redenen dat de verweerster, indien zij de haar verweten fout niet had begaan, dat wil zeggen indien de eiser in cassatie regelmatig was op-geroepen op de zitting van de gemeenteraad, dezelfde beslissing had genomen.

Het arrest wijzigt aldus de concrete omstandigheden niet waarin de schade zich heeft voorgedaan, onder voorbehoud evenwel dat de fout is weggelaten, en ver-antwoordt bijgevolg naar recht zijn beslissing dat de omstandigheid dat de eiser niet uitdrukkelijk is opgeroepen op de zitting van de gemeenteraad, niet in een oorzakelijk verband staat tot de schade van de eiser, die voortvloeit uit zijn ont-slag uit het schepenambt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Eerste middel

Door de verwerping van het tweede middel heeft het eerste middel geen belang meer en is het derhalve niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het casssatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 7 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Oorzakelijk verband

  • Beoordeling

  • Omstandigheden