- Arrest van 8 maart 2013

08/03/2013 - C.11.0477.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de bepalingen van de artikelen 748bis en 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek volgt dat het onderwerp van de vordering uitsluitend wordt bepaald door de syntheseconclusie en de rechter geen uitspraak vermag te doen over een punt van de vordering dat niet wordt herhaald in de syntheseconclusie; dit houdt ook in dat de partij die in haar syntheseconclusie de in een eerdere conclusie of de gedinginleidende akte geformuleerde vordering niet herneemt, wordt geacht van deze vordering afstand te doen (1). (1) Cass. 29 maart 2012, AR C.11.0472.N, AC 2012, nr. 208; zie ook G. De Leval, Conclusions de synthèse et motivation de la décision, in JLMB 2009, 1667-1668.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0477.N

1. C.D.P.,

2. A.M.D.P.,

beiden handelend in hun hoedanigheid van erfgenaam en rechtsopvolger van wij-len Willy De Proost en Yvonna Schotte,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kie-zen,

tegen

1. O.S.,

2. P.D.P.,

3. J.D.P.,

4. C.D.P.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen,

5. P.S.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 maart 2010.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, onder meer het onderwerp van de vordering en het ant-woord op de conclusies of middelen van de partijen.

2. Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat onverminderd de toepas-sing van artikel 748, § 2, en behoudens in het geval van conclusies die er slechts toe strekken om een of meer van de in artikel 19, tweede lid, bedoelde maatrege-len te verzoeken, een tussengeschil op te werpen dat aan het geding geen einde maakt of te antwoorden op het advies van het openbaar ministerie, de laatste con-clusie van een partij de vorm aanneemt van een syntheseconclusie en dat voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, de syntheseconclusie alle vorige conclu-sies vervangt en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syn-theseconclusie neerlegt.

3. Uit deze bepalingen volgt dat het onderwerp van de vordering uitsluitend wordt bepaald door de syntheseconclusie en de rechter geen uitspraak vermag te doen over een punt van de vordering dat niet wordt herhaald in de synthesecon-clusie.

Dit houdt ook in dat de partij die in haar syntheseconclusie de in een eerdere con-clusie of de gedinginleidende akte geformuleerde vordering niet herneemt, wordt geacht van deze vordering afstand te doen.

4. Blijkens de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, vorderden de ei-sers in het dictum van hun laatste conclusie van 30 december 2009 voor de appel-rechters, hetgeen volgt:"De zwarigheid c.q. de opmerking die door (eisers) werd geformuleerd in de akte van 11 december 2006, en die erin bestaat dat de 250 aandelen van 6.000 BF of 148,74 [euro] 't stuk samen 1.500. 000 BF of 37.184,03 [euro] ten onrechte uit het actief van de nalatenschap worden weggelaten ontvan-kelijk en gegrond te bevinden en dienvolgens te zeggen voor recht dat de notarissen gehouden zijn in het actief de 250 aandelen aan 6.000 BF of 148,74 [euro] op te nemen en in de verdeling te begrijpen."

Ook in het overwegend gedeelte van dezelfde conclusie maakten de eisers nergens nog gewag van hun zwarigheid in verband met de interest op deze aandelen.

5. De appelrechters die, na te hebben geoordeeld dat "waar (eisers) in hun brief van 21.11.2006 gehecht aan het proces-verbaal van niet-akkoord van 11.12.2006, het standpunt hebben ingenomen dat in de rubriek interesten (punt 1.A.8) onder het punt c de interesten op de waarde van de aandelen van 01.01.1952 tot 31.12.2006 dienen te worden opgenomen, zij dit standpunt in con-clusies klaarblijkelijk niet hebben gehandhaafd" en dat de eisers enkel nog vragen dat "de actiefpost aandelen (opnieuw) in de staat wordt opgenomen", om vervol-gens geen uitspraak te doen over de aanvankelijk door de eisers nopens de interest geformuleerde zwarigheid, geven te kennen dat het onderwerp van de vordering laatstvermelde zwarigheid kennelijk niet meer omvat en dat de eisers, gelet op de voor geen andere uitleg vatbare termen van hun laatste conclusie, van deze vorde-ring afstand deden.

6. Zij verantwoorden aldus hun beslissing naar recht, zonder miskenning van de bewijskracht van de conclusie van de eisers van 30 december 2009, en op gronden die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

7. De rechtspreuk volgens welke de bijzaak de hoofdzaak volgt, is geen alge-meen rechtsbeginsel.

In zoverre het middel de schending ervan aanvoert, is het niet ontvankelijk.

8. Het middel preciseert niet hoe en waardoor de beslissing van de appelrech-ters dat het onderwerp van de vordering de zwarigheid in verband met de interest kennelijk niet meer omvat en dat de eisers derhalve afstand deden van dit punt, de artikelen 547 en 856 Burgerlijk wetboek schendt.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 640,27 euro en voor de verweerders op 149,05 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Erwin Francis, en in openbare rechts-zitting van 8 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aan-wezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen E. Francis G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vonnissen en arresten

  • Burgerlijke zaken

  • Onderwerp van de vordering

  • Syntheseconclusie