- Arrest van 8 maart 2013

08/03/2013 - C.12.0121.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een cassatiemiddel schending aanvoert van een artikel van de “ZIV-wet”, zonder te preciseren welke wet wordt bedoeld, leest het Hof de als geschonden aangewezen “ZIV-wet” als de “gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen”, conform de door het Hof gebruikte “Lijst van verkorte citeertitels van wetten en besluiten en hun volledige benaming” die is opgenomen in de Arresten van het Hof van Cassatie en op zijn webstek; dit middel is dan ook ontvankelijk.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0121.N

LANDSBOND VAN LIBERALE MUTUALITEITEN, met zetel te 1050 Elsene, Livornostraat 25,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. ELIA ASSET nv, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 20,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. WATERWEGEN EN ZEEKANAAL nv, met zetel te 2830 Willebroek, Oostdijk 10,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 januari 2010.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Ontvankelijkheid

1. De eerste verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel dat schending aanvoert van artikel 136, § 2, "ZIV-wet", zonder te precise-ren welke wet hiermee wordt bedoeld, is onvoldoende nauwkeurig.

2. Het Hof leest de als geschonden aangewezen "ZIV-wet" als de "Gecoördi-neerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor genees-kundige verzorging en uitkeringen", conform de door het Hof gebruikte "Lijst van verkorte citeertitels van wetten en besluiten en hun volledige benaming" die is op-genomen in de Arresten van het Hof van Cassatie en op zijn webstek.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

Eerste onderdeel

3. Krachtens artikel 136, § 2, vierde lid, ZIV-wet treedt de verzekeringsinstel-ling rechtens in de plaats van de rechthebbende tot beloop van het bedrag van de verleende prestaties, voor het geheel van de sommen die krachtens een Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht verschuldigd zijn en die dezelfde schade geheel of gedeeltelijk vergoeden.

Dat daaruit volgt dat:

- de voorwaarden tot toekenning van de door de verzekeringsinstelling verleende prestaties waarvoor de verzekeringsinstelling krachtens de vermelde wetsbepa-ling over het wettelijk subrogatierecht beschikt, evenals het bedrag van deze prestaties, geregeld worden door de wetgeving inzake de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;

- het bedrag van de vordering van de verzekeringsinstelling niet hoger kan zijn dan het geheel van de sommen die krachtens de Belgische wetgeving, de bui-tenlandse wetgeving of het gemeen recht verschuldigd zijn;

- de bedoelde vergoedingen dezelfde schade geheel of gedeeltelijk moeten ver-goeden;

- de in het kader van de toepassing van de ZIV-wet genomen beslissing die de staat van arbeidsongeschiktheid of invaliditeit vaststelt, niet kan worden bekri-tiseerd voor de rechter die uitspraak doet over de rechtsvordering van de inde-plaatsgestelde verzekeraar tegen de voor het ongeval aansprakelijke partij;

- de verhaalsvordering van het ziekenfonds niet kan worden afgewezen voor de uitkeringen gedaan in een bepaalde periode, enkel omdat het slachtoffer naar gemeen recht over die periode waarvoor het in de regeling van de ZIV-wet als arbeidsongeschikt werd erkend, tijdelijk of blijvend minder dan 66 % arbeids-ongeschikt is.

4. De appelrechters oordelen dat:

- de eiser uitkeringen toekent in geval van arbeidsongeschiktheid van meer dan 66 %;

- de blijvende arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer vanaf de datum van consolidatie slechts 40 % bedraagt.

5. De appelrechters die de vordering van de eiser op deze gronden afwijzen voor de uitkeringen gedaan aan het slachtoffer vanaf de consolidatiedatum, ver-antwoorden hun beslissing niet naar recht.

Overige grieven

6. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de uitkeringen na de datum van consolidatie en over de kosten.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Als geschonden aangewezen wetsbepaling

  • ZIV-wet

  • Gebruik van de verkorte citeertitel

  • Ontvankelijkheid