- Arrest van 8 maart 2013

08/03/2013 - C.12.0162.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De eigenaar van een erf dat is bezwaard met een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut van bezetting, die elk daad verbiedt welke de gasvervoerinstallatie of de exploitatie ervan kan schaden, kan aan de gerechtigde op de erfdienstbaarheid vragen het bezette terrein aan te kopen en kan, bij gebreke van overeenstemming over verkoop in der minne, de gerechtigde op de erfdienstbaarheid tot onteigening dwingen; de gerechtigde op de erfdienstbaarheid is hierbij niet verplicht het private erf, dat gedeeltelijk wordt bezet, volledig te kopen of te onteigenen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0162.N

FLUXYS nv, met zetel te 1040 Brussel, Kunstlaan 31,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. L.J.,

2. D.G.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen van 20 december 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweerders voeren aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat de eiseres niet beschikt over een geldig mandaat van de Belgische Staat om een cassatieberoep in te stellen waarbij deze geen belang heeft en omdat de eiseres, die om die reden niet langer de procesvertegenwoordiger van de Belgische Staat kan zijn, ook niet de vereiste hoedanigheid bezit.

2. Krachtens artikel 14 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, hierna Gaswet, en artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de procedure van aankoop van een privaat erf dat met erfdienstbaarheid is bezwaard ten voordele van een houder van een gasvergunning of -toelating, kan de houder van een gasvervoervergunning door de Koning gemachtigd worden om in naam van de Staat maar op eigen kosten de nodige onteigeningen te verrichten.

3. De eiseres werd blijkens het overgelegd koninklijk besluit van 11 juli 2011 gemachtigd om, in naam van de Staat maar op eigen kosten, de onteigening te ver-richten van een in dat besluit bepaald deel van het betrokken perceel, nodig voor de oprichting en de uitbating van gasvervoerinstallaties door de eiseres.

Die machtiging impliceert dat de eiseres in naam van de Staat maar op eigen kos-ten de nodige procedures kan voeren en rechtsmiddelen kan aanwenden om de onteigening te verwezenlijken.

4. Aangezien de eiseres door de Belgische Staat slechts gemachtigd werd om een bepaald deel van het betrokken perceel te onteigenen, heeft de Belgische Staat, voor wie de eiseres optreedt, het vereiste belang, en heeft de eiseres, als gemachtigde, de vereiste hoedanigheid om een cassatieberoep in te stellen tegen het vonnis dat de onteigening inwilligt voor de volledige oppervlakte van het per-ceel.

Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep dient te worden ver-worpen.

5. De verweerders voeren ook aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het vonnis dat de vordering van de onteigenaar inwilligt, krachtens artikel 8 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende om-standigheden inzake onteigening ten algemene nutte, niet vatbaar is voor cassatie-beroep.

6. Uit de vaststellingen van het bestreden vonnis blijkt dat de eiseres de ontei-gening vorderde van een beperkt deel van de eigendom van de verweerders, ter-wijl het vonnis, op vraag van de verweerders, de onteigening van de volledige ei-gendom beveelt.

Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, in zoverre het ervan uitgaat dat het bestreden vonnis de vordering van de onteigenaar inwilligt, moet eveneens worden verworpen.

Middel

Eerste onderdeel

7. Artikel 11, eerste lid, Gaswet bepaalt dat het gebruik waartoe het openbaar of het privaat domein dat gedeeltelijk wordt bezet, is bestemd, geëerbiedigd moet worden. Deze bezetting brengt generlei bezitsberoving mee, maar vormt een wet-telijke erfdienstbaarheid van openbaar nut die elke daad verbiedt welke de gasver-voerinstallatie of de exploitatie ervan kan schaden.

Krachtens artikel 11, tweede lid, Gaswet, kan de eigenaar van het private erf dat met deze erfdienstbaarheid is bezwaard, aan de minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, laten weten dat hij aan de gerechtigde op de erfdienstbaarheid vraagt het bezette terrein aan te kopen.

Artikel 11, derde lid, Gaswet bepaalt dat wanneer tussen de eigenaar van het be-zwaarde erf en de houder van een gasvervoervergunning geen overeenstemming wordt bereikt voor een verkoop in der minne, artikel 14 van toepassing is.

Krachtens artikel 14 Gaswet kan de houder van een vervoervergunning, ten voor-dele van wie een koninklijk besluit van verklaring van openbaar nut is vastgesteld, wanneer hij het vraagt en binnen de perken van dit laatste besluit, door de Koning worden gemachtigd in naam van de Staat maar op eigen kosten de nodige ontei-geningen te verrichten.

8. Op grond van deze bepalingen kan de eigenaar van het bezwaarde erf aan de gerechtigde op de erfdienstbaarheid vragen het bezette terrein aan te kopen en kan hij, bij gebreke van overeenstemming over verkoop in der minne, de gerech-tigde op de erfdienstbaarheid tot onteigening dwingen.

De gerechtigde op de erfdienstbaarheid is hierbij niet verplicht het private erf, dat gedeeltelijk wordt bezet, volledig te kopen of te onteigenen.

9. De verkoop in der minne bedoeld in artikel 11, derde lid, Gaswet, vereist, overeenkomstig de artikelen 1108, 1582 en 1583 Burgerlijk Wetboek, een wils-overeenstemming over de zaak en de prijs.

10. De appelrechters stellen vast dat:

- de verweerders in hun brief van 17 oktober 2008 aanspraak maakten op de toe-passing van artikel 11, tweede lid, Gaswet en de eiseres verzochten de totale oppervlakte van het perceel in der minne aan te kopen tegen de eenheidsprijs van 104,50 euro/m²;

- de eiseres zich bij brief van 16 december 2008 akkoord verklaarde met de eenheidsprijs maar niet met de oppervlakte.

11. De appelrechters die oordelen dat op het ogenblik dat de verweerders bij brief van 17 oktober 2008 aanspraak maakten op het wettelijk recht om het be-trokken perceel te doen aankopen door de eiseres, tussen partijen bij wijze van wettelijk georganiseerd automatisme een overeenkomst is ontstaan die tot eigen-domsoverdracht leidt en dat de onteigening waartoe moest worden overgegaan geen ander voorwerp kan hebben dan hetgeen waarover de verweerders hun wil tot verkopen hebben uitgedrukt, schenden de hierboven vermelde wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout rechtszitting houdend in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Gaswet

  • Bezetting

  • Erfdienstbaarheid van openbaar nut

  • Bezwaard erf

  • Eigenaar

  • Gerechtigde

  • Aankoop van het terrein

  • Onteigening

  • Verplichting