- Arrest van 8 maart 2013

08/03/2013 - C.13.0068.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hij die een wraking wil voordragen moet dit doen voor de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan; de wraking die na de aanvang van de pleidooien wordt ingesteld, is nochtans ontvankelijk, wanneer zij gegrond is op redenen die pas nadien aan het licht kwamen; dergelijke wraking moet evenwel worden voorgedragen zodra de gronden hiertoe bekend zijn aan de partij die zich erop beroept en uiterlijk voor het einde van het beraad; een nadien ingestelde vordering tot wraking is niet ontvankelijk.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0068.N

E.V.,

verzoeker tot wraking,

met als raadsman mr. Margariet De Roo-Neven, advocaat bij de balie te Hasselt, met kantoor te 3920 Lommel, Michiel Jansplein 25,

in de zaak van

E.V.,

tegen

1. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUS-SEL,

2. STAFHOUDER VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE BALIE TE ANTWERPEN,

verweerders.

I. VERZOEK TOT WRAKING

Het verzoek tot wraking, waarvan een afschrift aan dit arrest is gehecht, werd neergelegd ter zitting van de Nederlandstalige Tuchtraad van beroep voor advoca-ten van 12 februari 2013. Het is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.

De voorzitter van de Nederlandstalige Tuchtraad van beroep voor advocaten D. F. wiens wraking gevorderd wordt, heeft op 12 februari 2013 de bij artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, voorgeschreven verklaring gedaan, volgens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden.

II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

III. BESLISSING VAN HET HOF

1. Krachtens artikel 833 Gerechtelijk Wetboek, moet hij die een wraking wil voordragen dit doen voor de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan.

De wraking die na de aanvang van de pleidooien wordt ingesteld, is nochtans ont-vankelijk, wanneer zij gegrond is op redenen die pas nadien aan het licht kwamen.

Dergelijke wraking moet evenwel worden voorgedragen zodra de gronden hiertoe bekend zijn aan de partij die zich erop beroept en uiterlijk vóór het einde van het beraad. Een nadien ingestelde vordering tot wraking is niet ontvankelijk.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het verzoek-schrift tot wraking werd neergelegd nadat de voorzitter van de Nederlandstalige Tuchtraad van beroep een aanvang had genomen met de uitspraak van de reeds door de voorzitter en zijn assessoren ondertekende beslissing en derhalve na het einde van het beraad.

De vordering tot wraking is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Wijst gerechtsdeurwaarder Ann Van den Daele, met kantoor te 1000 Brussel, Grotehertstraat 2, aan om het arrest binnen de achtenveertig uren aan de partijen te betekenen.

Veroordeelt de verzoekster in de kosten, ook in deze verbonden aan de bete-kening van dit arrest.

Bepaalt de kosten voor de eiser tot op heden op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

K.Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Tijdstip

  • Na de aanvang van de pleidooien

  • Ontvankelijkheid