- Arrest van 11 maart 2013

11/03/2013 - S.12.0101.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikel 39, §1, Arbeidsovereenkomstenwet volgt dat de geldsommen die door de werkgever aan derden worden uitbetaald een krachtens de arbeidsovereenkomst verworven voordeel uitmaken wanneer de werknemer aanspraak kan maken op die betaling en zijn recht gestoeld is op de arbeidsovereenkomst; hieruit volgt dat met de werkgeversbijdragen in de groepsverzekering taksen inbegrepen rekening dient te worden gehouden voor het bepalen van het basisloon ter berekening van de opzeggingsvergoeding.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0101.N

ALERIS ALUMINIUM DUFFEL bvba, met zetel te 2570 Duffel, Adolphe Stocletlaan 87,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

J.L.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 23 december 2011.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Anders dan het middel aanvoert, beantwoordt het arrest het verweer van de eiseres dat ook rekening moet worden gehouden met de belangen van haar overige werknemers met de redenen die het arrest bevat en die het middel weergeeft, in-zonderheid met de reden dat enkel rekening moet worden gehouden met omstan-digheden die bestonden op het ogenblik van de kennisgeving van het ontslag, "in zoverre deze omstandigheden de voor de bediende bestaande kans om een gelijk-waardige betrekking te vinden, beïnvloeden".

In zoverre het een motiveringsgebrek aanvoert, mist het middel feitelijke grond-slag.

2. De rechter die krachtens artikel 82, § 3, Arbeidsovereenkomstenwet de duur van de aan de bediende toekomende opzeggingstermijn vaststelt, moet rekening houden met de kans voor de bediende om spoedig een aangepaste en evenwaardi-ge betrekking te vinden, gelet op zijn anciënniteit, zijn leeftijd, zijn functie en zijn loon, naargelang van de elementen eigen aan de zaak. Hij dient daarbij rekening te houden met omstandigheden die bestonden op het tijdstip van de kennisgeving van het ontslag, in zoverre deze omstandigheden de voor de bediende bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden, beïnvloeden.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat de rechter bij het bepalen van de aan de bediende toekomende opzeggingstermijn ook elementen moet in acht nemen die geen verband houden met de kans voor de bediende om een gelijkwaardige be-trekking te vinden, zoals de economische of financiële situatie waarin de werkge-ver verkeert of de belangen van de niet-ontslagen werknemers, berust op een on-juiste rechtsopvatting.

Het middel faalt in zoverre naar recht.

Tweede middel

4. Krachtens artikel 39, § 1, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet behelst de opzeggingsvergoeding niet alleen het lopend loon, maar ook de voordelen ver-worven krachtens de arbeidsovereenkomst.

5. Geldsommen die door de werkgever aan derden worden uitbetaald maken een krachtens de arbeidsovereenkomst verworven voordeel uit zoals bedoeld in artikel 39, § 1, tweede lid, Arbeidsovereenkomstenwet, wanneer de werknemer aanspraak kan maken op die betaling en zijn recht is gestoeld op de arbeidsover-eenkomst.

Hieruit volgt dat met de werkgeversbijdragen in de groepsverzekering, taksen in-begrepen, rekening dient te worden gehouden voor het bepalen van het basisloon ter berekening van de opzeggingsvergoeding.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 231,09 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens M. Delange

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Basisloon

  • Betalingen aan derden

  • Groepsverzekering

  • Taksen