- Arrest van 12 maart 2013

12/03/2013 - P.12.1819.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of het openbaar ministerie wist of moest weten dat de beklaagde op het ogenblik van de betekening van de dagvaarding in de gevangenis verbleef (1). (1) Zie Cass. 29 april 2009, AR P.09.0107.F, AC 2009, nr. 285.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1819.N

K V D B,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Christophe Saveyn, advocaat bij de balie te Oudenaarde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 20 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 33 en 35 Gerechtelijk Wet-boek: het arrest oordeelt dat de eiser op 28 oktober 2011 regelmatig werd gedag-vaard aan zijn woonplaats; de betekening dient bij voorrang te gebeuren aan de persoon; de handelswijze van het openbaar ministerie zoals die uit het strafdossier blijkt, toont aan dat de procureur des Konings te Dendermonde wist, minstens moest weten dat de eiser in uitvoering van een strafdossier van zijn ambt sinds 9 mei 2011 gedetineerd was in de gevangenis van Sint-Gillis, zodat de betekening aldaar had moeten gebeuren; aldus werd de strafvordering niet op rechtsgeldige wijze bij de bodemrechter aanhangig gemaakt.

2. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of het openbaar ministerie wist of moest weten dat de eiser op het ogenblik van de betekening van de dagvaarding in de gevangenis verbleef.

In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbaar oordeel of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

3. Met de redenen die het arrest vermeldt, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht dat de betekening geldig aan eisers woonplaats is gebeurd.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 74,31 euro.

F. Adriaensen

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem G. Jocqué L. Van hoogenbemt

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 12 maart 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Dagvaarding van beklaagde door openbaar ministerie

  • Verblijf van beklaagde in gevangenis

  • Betekening van de dagvaarding aan woonplaats

  • Geldigheid

  • Onaantastbare beordeeling van de rechter