- Arrest van 13 maart 2013

13/03/2013 - P.13.0320.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafuitvoeringsrechtbank is een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg; wanneer zij uitspraak doet over de haar voorgelegde betwistingen, doet zij uitspraak met een vonnis dat in openbare rechtszitting moet worden uitgesproken, wat veronderstelt dat het in aanwezigheid van het openbaar ministerie op een voor het publiek toegankelijke rechtszitting wordt uitgesproken (1). (1) Zie Cass. 10 april 2007, AR P.07.0370.N, AC 2007, nr. 176; Cass. 24 juli 2007, AR P.07.0959.N, AC 2007, nr. 373, met concl. adv.-gen. Thijs; Cass. 28 nov. 2007, AR P.07.1558.F, AC 2007, nr. 590, met concl. adv.-gen. Vandermeersch in Pas.; Jaarverslag 2007 van het Hof van Cassatie, p. 84-85.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0320.F

H. D.,

Mr. Clothilde Hoffmann, advocaat bij de balie te Nijvel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beschikking van de strafuitvoeringsrecht-bank te Luik van 4 februari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Ambtshalve middel : schending van artikel 149 Grondwet.

Uit artikel 76, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek blijkt dat de strafuitvoerings-rechtbank een afdeling is van de rechtbank van eerste aanleg. Wanneer zij uit-spraak doet over de haar voorgelegde betwistingen, doet zij uitspraak met een vonnis dat, met toepassing van de in het middel bedoelde bepaling, in openbare rechtszitting moet worden uitgesproken, wat veronderstelt dat het in aanwezigheid van het openbaar ministerie op een voor het publiek toegankelijke rechtszitting wordt uitgesproken.

Wanneer de strafuitvoeringsrechtbank kennisneemt van een verzoek om penitenti-air verlof, ingediend door de ter beschikking van de strafuitvoeringsrechtbank ge-stelde veroordeelde, kan die rechtbank, volgens de voorwaarden bepaald in artikel 95/13, § 2 en § 3 Wet Strafuitvoering, de door de veroordeelde gevraagde rechts-zitting organiseren, zonder dat zij daartoe verplicht is.

Buiten het te dezen niet toepasselijke geval waarin een dergelijke rechtszitting wordt georganiseerd waarop uitzonderlijk de ter beschikking gestelde veroordeel-de, zijn raadsman, de directeur en het openbaar ministerie worden gehoord, blijkt uit artikel 95/14, § 1, van voormelde wet dat de rechtbank rechtstreeks uitspraak doet over het verzoek om penitentiair verlof, binnen veertien dagen na de ont-vangst van het advies van de directeur, dat met toepassing van artikel 95/12, § 2, eerste lid, wordt gegeven. Overeenkomstig het laatste lid van die paragraaf en ar-tikel 95/13, § 1, heeft de veroordeelde vooraf een afschrift van dat advies en van het daaropvolgende advies van het openbaar ministerie ontvangen.

Het feit dat volgens artikel 95/14, § 4, de aldus gewezen beslissing schriftelijk ter kennis moet worden gebracht van het openbaar ministerie, belet niet dat die be-slissing een vonnis is, zoals zij in die bepaling trouwens wordt omschreven, en geen beschikking.

Aangezien uit geen enkel stuk van de rechtspleging blijkt dat de beslissing in openbare rechtszitting werd gewezen, schendt de bestreden beslissing artikel 149 Grondwet.

Aangezien de beslissing op het ambtshalve aangevoerde middel volledig wordt vernietigd, is er geen grond om het middel van de eiser te onderzoeken, dat geen ander gevolg kan hebben.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde beslissing.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank te Luik, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 13 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Vonnis

  • Uitspraak

  • Openbare rechtszitting