- Arrest van 14 maart 2013

14/03/2013 - F.12.0061.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het arrest, dat vaststelt dat de partij, een lijnpiloot die voor een luchtvaartmaatschappij heeft gewerkt tot november 2001, datum van het faillissement van die maatschappij, die beroepswerkzaamheid slechts gedurende de laatste drie maanden van 2002 ten dienste van een andere luchtvaartmaatschappij heeft verricht en gedurende de eerste negen maanden van dat jaar geen enkele andere beroepswerkzaamheid heeft verricht, verantwoordt naar recht zijn beslissing dat zij in de loop van dat jaar 2002 geen normale beroepswerkzaamheid heeft gehad in de zin van artikel 171, 5°, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en dat het in dat opzicht weinig ter zake doet dat zij, gedurende de periode waarin zij geen beroepswerkzaamheid heeft verricht, toch een vervangingsinkomen heeft genoten dat in zijn geheel belastbaar is.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0061.F

A. T.,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 10 september 2010.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 171, 5°, a, WIB1992 worden de vergoedingen die al of niet con-tractueel zijn betaald ten gevolge van stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst belast tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.

Het arrest stelt vast "dat [de eiser], lijnpiloot in dienst van SABENA tot november 2001, [datum waarop] die vennootschap failliet is verklaard, die beroepswerk-zaamheid slechts gedurende de laatste drie maanden van 2002 heeft uitgeoefend in dienst van een Italiaanse luchtvaartmaatschappij en geen enkele andere be-roepswerkzaamheid heeft gehad gedurende de eerste negen maanden van dat jaar".

Op basis van die vaststellingen heeft het arrest, zonder miskenning van het begrip normale beroepswerkzaamheid, kunnen oordelen dat de eiser "in de loop van dat jaar 2002 geen normale beroepswerkzaamheid heeft gehad en dat het in dat op-zicht er weinig toe doet dat hij, gedurende de periode waarin hij geen beroeps-werkzaamheid heeft verricht, toch een vervangingsinkomen heeft ontvangen dat in zijn geheel belastbaar is".

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Gustave Steffens, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 14 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Normale beroepswerkzaamheid