- Arrest van 15 maart 2013

15/03/2013 - F.11.0079.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Een commissionair in de zin van artikel 20, §1, eerste lid, btw-wetboek is een belastingplichtige die in eigen naam, maar op order en voor rekening van zijn principaal overeenkomsten sluit en tussenbeide komt in dienstverrichtingen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0079.N

DE NEKKERHAL vzw, met zetel te 2800 Mechelen, Grote Markt 21,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14,

2. REKENPLICHTIGE AMBTENAAR, eerstaanwezend inspecteur van het btw-ontvangkantoor te Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzus-tersvest 24, bus 32,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerders woon-plaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 maart 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 19 november 2012 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Volgens artikel 20, § 1, eerste lid, Btw-wetboek wordt een commissionair of een andere tussenpersoon als bedoeld in artikel 13, § 2, die tussenkomst verleent bij diensten, geacht die diensten zelf te hebben ontvangen en zelf te hebben ver-strekt.

Krachtens artikel 13, § 2, Btw-wetboek wordt als commissionair aangemerkt niet alleen hij die op eigen naam of onder firma voor rekening van een lastgever han-delt, maar ook de tussenpersoon bij inkoop of de tussenpersoon bij verkoop, die in enigerlei hoedanigheid een op zijn naam gestelde factuur, debetnota of ander daarmee gelijkgesteld stuk respectievelijk van de verkoper ontvangt of aan de ko-per uitreikt.

2. Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat wanneer door tussen-komst van een belastingplichtige, handelend op eigen naam, maar voor rekening van een ander, of door tussenkomst van een daarmee gelijkgestelde tussenpersoon een dienst wordt verricht, de belastingplichtige geacht wordt deze dienst zelf te hebben ontvangen en te hebben verricht.

3. Een commissionair in de zin van artikel 20, § 1, eerste lid, Btw-wetboek is een belastingplichtige die in eigen naam, maar op order en voor rekening van zijn principaal overeenkomsten sluit en tussenbeide komt in dienstverrichtingen.

De gelijkstelling van "andere tussenpersonen" bedoeld in artikel 13, § 2, Btw-wetboek met de commissionair is slechts van toepassing wanneer de tussenpersoon zelf effectief optreedt als dienstverrichter.

4. De huurder die overgaat tot het laten uitvoeren van aanpassingswerken in het gehuurde goed, waardoor dit beter kan worden uitgebaat, en die als tegenpres-tatie door de eigenaar wordt vrijgesteld van de betaling van huur, heeft tijdens de duur van de nog lopende huurovereenkomst het genot van de verbeteringen die aan het goed werden aangebracht.

De huurder treedt hierdoor niet op als een commissionair en kan evenmin worden beschouwd als een tussenpersoon die een dienst in het belang van de eigenaar ver-strekt.

5. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiseres door de stad Mechelen werd belast met de uitbating van het evene-mentencomplex De Nekkerhal;

- de eiseres onder deze overeenkomst voor onbepaalde tijd het gebruik en het genot van voormeld evenementencomplex verkreeg;

- deze overeenkomst niet kosteloos werd afgesloten, maar wel degelijk onder bezwarende titel omdat in artikel 13 werd bedongen dat de eiseres instaat voor de volledige vergoeding van de door de Stad aan de btw-administratie ver-schuldigde terugvordering van 104.455.003 frank wegens wijziging van de be-stemming van het gebouw "De Nekkerhal", waarvan per 1 maart 1997 al 63 miljoen frank werd terugbetaald;

- de eiseres jaarlijks aan de stad een vergoeding als tussenkomst in de leningslast van het complex betaalt en dat deze vergoeding maximaal de jaarlijkse lenings-last met betrekking tot de Nekkerhal bedraagt en minimaal 15.000.000 frank;

- de eiseres gedurende de jaren 1998, 1999 en 2000 vrijgesteld werd van betaling van de minimale tussenkomst van 15 miljoen frank, op voorwaarde dat zij over de betrokken periode investeringen in het complex en de uitrusting tot beloop van het corresponderend bedrag bewijst;

- krachtens artikel 3 van de overeenkomst bij het einde ervan alle wijzigingen aan het onroerend goed van rechtswege en zonder vergoeding door de stad in eigendom verworven zijn.

6. De appelrechters oordelen dat:

- het commissionairsprincipe niet zomaar als een automatisme mag worden toe-gepast van zodra de eigenaar een vergoeding toekent aan de huurder nadat deze laatste bepaalde werken heeft laten uitvoeren;

- enkel de specifieke feitelijke omstandigheden waarin de tussenkomst plaats-vindt, kunnen uitwijzen of het onweerlegbaar vermoeden van het statuut van commissionair in de zin van het Btw-wetboek van toepassing is omdat de ver-goeding een andere oorzaak of rechtsgrond kan hebben dan de vergoeding voor de werken "op zich".

7. De appelrechters oordelen dat de eiseres, die de door haar of in haar op-dracht tijdens de jaren 2000 en 2001 aan het door haar gebruikt complex uitge-voerde verbeteringswerken geheel of gedeeltelijk door compensatie met de door haar verschuldigde tussenkomst in de leningslast terugbetaald heeft gekregen van de stad Mechelen die eigenaar was, bij toepassing van artikel 20, § 1, Btw-wetboek geacht moet worden aan die eigenaar een dienst te hebben verstrekt in de mate waarin de werken door deze laatste werden vergoed.

Zij verantwoorden hun beslissing aldus niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 15 maart 2013 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Diensten

  • Commissionair