- Arrest van 15 maart 2013

15/03/2013 - F.11.0145.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat het Nederlandse Algemeen Ouderdomspensioen in bepaalde gevallen ook wordt toegekend aan personen die geen beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend, heeft niet tot gevolg dat het pensioen dat wordt toegekend aan personen die wel een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend, geen pensioen is dat rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroepswerkzaamheid, als bedoeld in artikel 34, §1, 1° van het WIB92 (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0145.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1,

eiser,

tegen

1. J.S.,

2. C.M.,

verweerders,

met als raadsman mr. Jan Van Besien, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 maart 2009.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 20 november 2012 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 34, § 1, 1°, WIB92, zoals te dezen van toepassing, bepaalt dat pensi-oenen, renten en als zodanig geldende toelagen, ongeacht de schuldenaar, de ver-krijger of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgesteld en toege-kend, pensioenen en lijfrenten of tijdelijke renten omvatten, alsmede als zodanig geldende toelagen, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid.

2. De omstandigheid dat het Nederlandse Algemeen Ouderdomspensioen in bepaalde gevallen ook wordt toegekend aan personen die geen beroepswerkzaam-heid hebben uitgeoefend, heeft niet tot gevolg dat het pensioen dat wordt toege-kend aan personen die wel een beroepswerkzaamheid hebben uitgeoefend, geen pensioen is dat rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een beroeps-werkzaamheid, als bedoeld in voormeld artikel 34, § 1, 1°.

3. De appelrechters die vaststellen dat de verweerder gedurende tien jaar dat hij als verplicht verzekerde diende te worden beschouwd, arbeid in dienstverband heeft verricht in Nederland, hebben niet naar recht kunnen beslissen dat er geen concreet verband is tussen de litigieuze uitkering en enige beroepswerkzaamheid.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 maart 2013 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Nederlands Algemeen Ouderdomspensioen

  • Belastbaarheid