- Arrest van 15 maart 2013

15/03/2013 - F.12.0067.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In de gevallen waarin de belastingplichtige aanspraak maakt op kwijtschelding of proportionele vermindering van onroerende voorheffing wegens improductiviteit van het onroerend goed, oordeelt de rechter onaantastbaar in feite of de belastingplichtige het onroerend goed in gebruik heeft genomen en of het hem, onafhankelijk van zijn wil, geen opbrengsten heeft opgeleverd; het Hof gaat slechts na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten wettig heeft kunnen afleiden dat de belastingplichtige het onroerend goed niet in gebruik heeft genomen en of het hem, onafhankelijk van zijn wil, geen inkomsten heeft opgeleverd (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0067.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de Minister-President van de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, Sport en Werk, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

KORTRIJKSE ALGEMENE BOUWONDERNEMING nv, met zetel te 8510 Kortrijk, Rode Dreef 1,

verweerster,

met als raadsman mr. Luc De Meyere, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Koning Albertlaan 165, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 december 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 19 november 2012 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 257, § 2, 3°, WIB92, zoals van toepassing in het Vlaams Gewest, wordt kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing verleend voor zover het belastbaar inkomen ingevolge artikel 15 kan worden verminderd.

Krachtens artikel 15, § 1, 1°, WIB92 wordt het kadastraal inkomen proportioneel verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit, van het ontbreken van het genot van inkomsten of van het verlies ervan wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik is genomen en volstrekt geen inkom-sten heeft opgebracht.

2. Hieruit volgt dat de kwijtschelding of proportionele vermindering van de onroerende voorheffing kan worden verleend wanneer de belastingplichtige het onroerend goed niet in gebruik heeft genomen of het hem, onafhankelijk van zijn wil, geen opbrengsten heeft opgeleverd.

3. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of de belastingplichtige het onroe-rend goed in gebruik heeft genomen of op het hem, onafhankelijk van zijn wil, geen opbrengsten heeft opgeleverd. Het Hof gaat slechts na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten wettig heeft kunnen afleiden dat de belastingplichti-ge het onroerend goed niet ik gebruik heeft genomen of het hem, onafhankelijk van zijn wil, geen opbrengsten heeft opgeleverd.

4. De appelrechters stellen vast dat:

- de in betwisting zijnde kantoorruimte precies werd aangekocht met het oog op verhuring;

- de verweerster inspanningen deed om het onroerend goed te verhuren in 2007 door het geven van een opdracht aan Century 21 voor het zoeken van een huurder en daarna met ingang van 6 maart 2007 een verhuuropdracht gaf aan Dewaele-vastgoed waarin werd bedongen dat de eigendom met foto en prijs zou voorkomen in een vastgoedbrochure, op internet en in de etalage;

- met ingang van 6 maart 2007 de aanbieding te huur werd gepubliceerd op vijf websites en er uitwisseling was met andere vastgoedkantoren;

- op een zesde website publiciteit werd gevoerd vanaf 13 maart 2007 en prospec-tie werd gedaan bij 10 potentiële klanten;

- er in 2007 twee bezoeken zijn geweest van potentiële klanten;

- de gevraagde huurprijs van 2.500 euro per maand niet als onredelijk hoog kan worden beschouwd.

5. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat vrijstelling of verminde-ring van onroerende voorheffing moet worden verleend wegens improductiviteit van het goed, verantwoorden kun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

6. Voor een onderneming die een pand aankoopt met het oog op de verhuring, is het risico van de niet-verhuring en de improductiviteit eigen aan de onderne-mingsactiviteit.

Dit betekent evenwel niet dat de improductiviteit afhankelijk is van de wil van de onderneming.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 322,68 euro en voor de verweerster op 109,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 15 maart 2013 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Kwijtschelding of proportionele vermindering

  • Improductiviteit van het onroerend goed

  • Beoordelingsbevoegdheid van de rechter

  • Taak van het Hof