- Arrest van 20 maart 2013

20/03/2013 - P.12.1130.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De regel dat de bodemrechter de schade moet ramen op het tijdstip van de uitspraak, belet niet dat hij het bedrag van een sommenschuld bepaalt op het ogenblik waarop de onkosten werden gemaakt waaruit ze is samengesteld, om vervolgens dat bedrag met de gerechtelijke interest te vermeerderen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1130.F

A. B.,

Mr. Didier Bernard, advocaat bij de balie te Neufchâteau,

tegen

D. L.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Neufchâteau van 16 mei 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die het beroepen vonnis bevestigt

Eerste middel

Het bestreden vonnis bevestigt de beslissing van de eerste rechter die heeft geoor-deeld dat de bij vonnis van 12 januari 2009 provisioneel toegekende bedragen, op grond van de op dat tijdstip geldende bedragen, de burgerlijke partij - thans eise-res - volledig en definitief vergoeden.

De burgerlijke partij verwijt de correctionele rechtbank dat zij zich bij het ramen van de schade niet op het tijdstip van de uitspraak heeft geplaatst.

De door het middel aangevoerde regel verbiedt de bodemrechter niet het bedrag van een sommenschuld te bepalen op het ogenblik waarop de onkosten werden gemaakt waaruit ze is samengesteld en dat bedrag vervolgens met de gerechtelijke interest te vermeerderen.

De voormelde regel verbiedt de rechter evenmin om bij de raming van het bedrag van een waardeschuld die voortvloeit uit de schade wegens tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid, het bedrag van de schadevergoeding te berekenen vanaf een vroeger tijdstip dan dat waarop het rechtscollege uitspraak doet, wanneer het oordeelt dat de schade op dat tijdstip reeds vaststond en in haar geheel voor begroting vatbaar was, zodat ze kon worden vergoed.

De rechter die vaststelt dat de schade uit de blijvende arbeidsongeschiktheid in haar geheel voor begroting vatbaar is op de consolidatiedatum en vanaf die dag forfaitair kan worden vergoed, schendt de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wet-boek niet wanneer hij het slachtoffer die vergoeding toekent, vermeerderd met de compensatoire interest op het totaalbedrag.

Het middel faalt naar recht.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de rechts-plegingsvergoeding in hoger beroep

Vierde middel

De eiseres heeft gevorderd dat de verweerder zou worden veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 5.500 euro per aanleg.

Het vonnis veroordeelt de eiseres om het door haar van de tegenpartij gevorderde bedrag van 2.500 euro te betalen.

De rechtbank staaft die beslissing niet.

Het middel, dat schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, is gegrond.

Het tweede en derde middel van de eiseres, die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, behoeven geen nader onderzoek.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de kosten in ho-ger beroep.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eiseres tot drie vierde van de kosten van haar cassatieberoep en de verweerder tot het overige vierde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Marche-en-Famenne, zitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 20 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tijdstip van het vonnis

  • Ogenblik waarop de onkosten werden gemaakt

  • Vermeerderd met de gerechtelijke interest