- Arrest van 22 maart 2013

22/03/2013 - C.12.0348.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Alhoewel artikel 884 Gerechtelijk Wetboek de persoonlijke verschijning van de partijen oplegt, blijkt uit de wetsgeschiedenis, meer bepaald uit de continuïteit tussen artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 886 Gerechtelijk Wetboek, dat laatstgenoemde bepaling slechts toelaat het geschrift voor erkend te houden wanneer de verweerder op het schriftonderzoek op de zitting bepaald voor de persoonlijke verschijning, noch in persoon verschijnt, noch door een advocaat vertegenwoordigd is (1). (1) Zie P. Lemmens, 'De niet-verschijning van de verweerder inzake schriftonderzoek', Proces & Bewijs 1993, 46-47; zie ook J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers en P. Thiriar, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 564-565, nr. 1379.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0348.N

J.D.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

V.D.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest,

in aanwezigheid van

1. A.D.,

2. I.D.,

3. A.D.,

4. J.D.,

5. M.D..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 juni 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 884 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in geval van een vordering tot schriftonderzoek, de rechter aan de partijen beveelt voor hem te verschijnen, in voorkomend geval bijgestaan door hun advocaten, en gelast hij hen alle titels, do-cumenten en stukken van vergelijking mee te brengen. De oproeping hiertoe wordt door de griffier bij gerechtsbrief aan de partijen gericht.

2. Luidens artikel 886 van hetzelfde wetboek kan de rechter, indien de ver-weerder niet verschijnt, ofschoon hij regelmatig is opgeroepen, na tegen hem ver-stek te hebben verleend, het geschrift voor erkend houden.

3. Alhoewel artikel 884 Gerechtelijk Wetboek de persoonlijke verschijning van de partijen oplegt, blijkt uit de wetsgeschiedenis, meer bepaald uit de continuïteit tussen artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 886 Gerechtelijk Wetboek, dat laatstgenoemde bepaling slechts toelaat het ge-schrift voor erkend te houden wanneer de verweerder op het schriftonderzoek op de zitting bepaald voor de persoonlijke verschijning, noch in persoon verschijnt, noch door een advocaat vertegenwoordigd is.

4. Uit het arrest blijkt dat:

- de eiser de echtheid van het testament heeft betwist;

- de verweerster een vordering heeft ingesteld tot schriftonderzoek;

- de partijen bij tussenarrest van 21 maart 2011 bij toepassing van artikel 884 Gerechtelijk Wetboek werden opgeroepen om te verschijnen in raadkamer, in voorkomend geval bijgestaan door hun advocaat.

- de eiser die regelmatig werd opgeroepen, niet in persoon is verschenen, maar ter rechtszitting werd vertegenwoordigd door zijn raadsman;

- de verweerster tegen de eiser verstek heeft gevorderd.

5. De appelrechters die oordelen dat aangezien de eiser regelmatig werd opge-roepen en niet verschijnt, tegen hem verstek kan worden verleend derwijze dat het geschrift voor hem als erkend kan worden gehouden, verantwoorden hun beslis-sing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 22 maart 2013 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingel-gem, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman A. Smetryns

B. Deconinck A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Vordering tot schriftonderzoek

  • Persoonlijke verschijning van de partijen

  • Niet-verschijnende verweerder

  • Voor erkend houden van het geschrift door de rechter

  • Voorwaarden