- Arrest van 9 april 2013

09/04/2013 - P.12.1208.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het onderzoeksgerecht is verplicht, wanneer de inverdenkinggestelde bij conclusie aanvoert dat het hem verweten feit, al stond het vast, geen strafbaar feit uitmaakt, die conclusie te beantwoorden en daarbij concreet te onderzoeken of dat feit strafbaar is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1208.N

L J S,

inverdenkinggestelde,

eiser,

met als raadsman mr. Cynthia Torfs, advocaat bij de balie te Leuven,

tegen

1. Rudy MATTHEUS, wonende te 3210 Lubbeek, Eikenstraat 56, in eigen naam, als bestuurder van A.Z. HEILIG HART vzw en HEILIG HART vzw, met zetel te 3300 Tienen, Kliniekstraat 45, en als bestuurder van de verweer-ster 5,

burgerlijke partij,

2. VERENIGING DER GRAUWZUSTERS VAN TIENEN vzw, met zetel te 3300 Tienen, Gilainstraat 104,

burgerlijke partij,

3. REGIONAAL ZIEKENHUIS HEILIG HART TIENEN vzw, met zetel te 3300 Tienen, Kliniekstraat 45,

burgerlijke partij,

4. GENEESHEREN-SPECIALISTEN H. HARTKLINIEK TIENEN vzw, met zetel te 3300 Tienen, Kliniekstraat 45, in eigen naam en in naam en voor rekening van de voormalige en huidige leden van de vzw gedurende de peri-ode van 1 januari 1995 tot 21 april 2004,

burgerlijke partij,

5. RUSTOORD HUIZE NAZARETH vzw, met zetel te 3300 Tienen, Goet-senhovenplein 22,

burgerlijke partij,

6. Robert PAPPAERT, wonende te 3300 Tienen, Broekstraat 31, als bestuurder van A.Z. HEILIG HART vzw en HEILIG HART vzw, met zetel te 3300 Tienen, Kliniekstraat 45,

burgerlijke partij,

7. Gilbert VAN HOUTVEN, als bestuurder van A.Z. HEILIG HART vzw, met zetel te 3300 Tienen, Kliniekstraat 45, en van de verweerster 5,

burgerlijke partij,

8. Maria TWEEPENNINCKX, als bestuurster van de verweerster 2,

burgerlijke partij,

9. Maria VANDEPUT, als bestuurster van de verweerster 2,

burgerlijke partij, en

10. Albertina VANDEPUT, als bestuurster van de verweerster 2,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 128, 129, 130, 229 en 231 Wetboek van Strafvordering

1. Artikel 128, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Indien de raadkamer van oordeel is dat het feit noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding oplevert, of dat tegen de inverdenkinggestelde generlei bezwaar bestaat, verklaart zij dat er geen reden is tot vervolging."

Dit artikel verplicht het onderzoeksgerecht, wanneer de inverdenkinggestelde bij conclusie aanvoert dat het hem verweten feit, al stond het vast, geen strafbaar feit uitmaakt, die conclusie te beantwoorden en daarbij concreet te onderzoeken of dat feit strafbaar is.

2. De eiser, die vervolgd wordt voor inbreuk op artikel 16, derde lid, Boek-houdwet, heeft voor de kamer van inbeschuldigingstelling aangevoerd dat de hem verweten feiten niet strafbaar zijn omdat artikel 78 Ziekenhuiswet, thans artikel 84 van de wet van 10 juli 2008 betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsin-richtingen, geen verwijzing naar dat artikel 16 bevat.

3. Het arrest (p. 5) verklaart eisers hoger beroep ongegrond omdat het oordeelt dat het onderzoeksgerecht enkel moet onderzoeken of de feiten van de telastleg-gingen een misdrijf zouden kunnen uitmaken en het aan de rechter die over de grond van de zaak oordeelt behoort te oordelen of artikel 16, derde lid, Boek-houdwet, van toepassing is op de ziekenhuizen. Aldus verantwoordt het de beslis-sing niet naar recht.

Middel

4. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 113,03 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 9 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Regeling van de rechtspleging

  • Neerlegging van conclusie

  • Redengeving