- Arrest van 10 april 2013

10/04/2013 - P.12.2017.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter vaststelt dat bij een beklaagde alle bestanddelen van het misdrijf aanwezig zijn, moet hij bovendien niet nagaan of hij een daad van deelneming heeft gesteld in de zin van artikel 66 van het Strafwetboek (1). (1) Zie concl. OM in Pas. 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.2017.F

A. C.,

Mr. Philippe De Wispelaere, advocaat bij de balie te Bergen,

tegen

1. F. B.,

2. M.-L. A.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 22 oktober 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

Eerste middel

De eiseres werd samen met haar echtgenoot vervolgd wegens, als dader of mede-dader, een afdak, een pergola en een houten chalet te hebben opgetrokken, zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van het college van bur-gemeester en schepenen, en het in stand houden van de wederrechtelijk opgetrok-ken bouwwerken tot de datum van de dagvaarding.

Volgens het middel schendt het arrest artikel 66 Strafwetboek, omdat het alleen erop wijst dat de eiseres mede-eigenares was van het gebouw en op de hoogte was van de door haar echtgenoot uitgevoerde werken, wat geen bewuste en opzettelij-ke daad van deelneming is in de zin van de aangevoerde wetsbepaling.

Het arrest wijst evenwel erop dat

- de telastlegging in stand houden van wederrechtelijk opgetrokken bouwwerken bestaat in het schuldig verzuim om daaraan een einde te maken ;

- dit verzuim te wijten is aan degene die zeggenschap heeft over het gebouw ;

- de eiseres over die hoedanigheid beschikt, aangezien zij het goed samen met haar echtgenoot heeft gekocht en na diens overlijden de eigenares ervan is gebleven ;

- de bouwwerken niet werden weggehaald ;

- de eiseres toegeeft dat zij de haar op 7 juli 2005 ter kennis gebrachte her-stelmaatregel niet heeft geëerbiedigd ;

- de eiseres en haar echtgenoot, beiden, een afdak hebben doen plaatsen boven de erfdienstbaarheid van doorgang, zij heeft deelgenomen aan de besprekingen die aan de bouw van de pergola zijn voorafgegaan, en zij verzuimd heeft de voor de uitvoering van de werken vereiste stedenbouwkundige vergunning te verkrijgen, ondanks haar hoedanigheid van mede-eigenares en hoewel zij weet had van het bouwproject.

Aangezien de appelrechters hebben vastgesteld dat bij de eiseres alle bestanddelen van het misdrijf aanwezig waren, hoefden zij daarenboven niet na te gaan of zij een daad van deelneming in de zin van artikel 66 Strafwetboek had verricht.

De appelrechters verklaren de eiseres aldus naar recht schuldig aan de haar als da-der of mededader ten laste gelegde misdrijven.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Volgens het middel zijn de administratieve maatregelen met betrekking tot de be-twiste verbouwingen, de afwijzing van de door de architect van de overtreders in-gediende regularisatieaanvraag en het proces-verbaal van vaststelling van de over-tredingen alleen tegen de overleden echtgenoot van de eiseres gericht. Zij leidt daaruit af dat die afwijzing haar niet kan worden tegengeworpen, dat de in het ge-ding zijnde toestand ten opzichte van haarzelf niet definitief is en dat de tegen haar ingestelde strafvordering en burgerlijke rechtsvordering bijgevolg dienden te worden verworpen.

Een regularisatieaanvraag heft het misdrijf bouwen zonder vergunning niet op maar stelt alleen een einde aan het instandhoudingsmisdrijf. Het indienen van een regularisatieaanvraag sluit de reeds gepleegde misdrijven niet uit, zodat de tegen-stelbaarheid van de beslissingen waarbij de regularisatieaanvraag wordt afgewezen geen gevolgen heeft voor het bestaan van de misdrijven.

Het middel faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 10 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Daders en mededaders

  • Hoedanigheid van de beklaagde als dader bewezen

  • Verplichting de hoedanigheid als mededader na te gaan