- Arrest van 10 april 2013

10/04/2013 - P.13.0055.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 328 van het Wetboek van Strafvordering vereist niet dat de vervanging van een gezworene, die zich opdringt omdat een van de juryleden tijdens de beraadslaging onwel is geworden, met gesloten deuren plaatsvindt; hoewel het eerste lid van dat artikel bepaalt dat de gezworenen de beraadslagingskamer eerst mogen verlaten wanneer zij hun verklaring hebben opgemaakt, staat niet eraan in de weg dat de juryleden het recht hebben om een schriftelijk verzoek tot de voorzitter te richten betreffende de noodzaak om een van hen van zijn taak te ontslaan, en evenmin dat het hof van assisen bevoegd is om de zitting te hervatten om over dat voorval uitspraak te doen na een openbaar debat op tegenspraak.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0055.F

I. Y. A.,

II. L. M.-R.,

III. Z. A.,

Mr. Karim Itani, advocaat bij de balie te Bergen,

de cassatieberoepen sub I en III tegen

1. V. G.,

optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijk beheerster van de goederen van haar minderjarige dochter E. M. e.a.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 maart 2012, en tegen de arresten van het hof van assisen van de provincie Henegouwen van 19, 27, 29, 30 november en 3 december 2012.

De derde eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

C. Cassatieberoep van A. Z.

(...)

2. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de arresten die onder het nummer 70 van het repertorium door het hof van assisen van de provincie Henegouwen zijn gewezen op 30 november 2012 en 3 december 2012

(...)

Tweede middel

Eerste onderdeel

Het proces-verbaal van de zitting van 29 november 2012 vermeldt dat de vijfde gezworene tijdens de beraadslaging van de jury de voorzitter, met een onder de deur geschoven briefje, heeft laten weten dat zijn gezondheidstoestand hem onge-schikt maakte om zijn opdracht voort te zetten.

Uit het voormelde proces-verbaal blijkt dat de openbare zitting samen met de jury, in aanwezigheid van alle partijen werd hervat en dat het hof van assisen na de on-wel geworden gezworene alsook de partijen, hun raadslieden en het openbaar mi-nisterie te hebben gehoord, de vervanging van de vijfde gezworene door de eerste plaatsvervangende gezworene heeft bevolen.

Artikel 328 Wetboek van Strafvordering, dat volgens het middel is geschonden, vereist niet dat de vervanging van een gezworene, die nodig is omdat een van de gezworenen tijdens de beraadslaging onwel is geworden, met gesloten deuren plaatsvindt.

Hoewel het eerste lid van het aangevoerde artikel bepaalt dat de gezworenen de beraadslagingskamer eerst mogen verlaten wanneer zij hun verklaring hebben op-gemaakt, belet dat verbod niet dat de juryleden het recht hebben om een schrifte-lijk verzoek tot de voorzitter te richten betreffende de noodzaak om een van hen van zijn taak te ontslaan, en evenmin dat het hof van assisen bevoegd blijft om de zitting te hervatten om over dat voorval uitspraak te doen na een openbaar debat op tegenspraak.

Het feit dat de aan de voorzitter gerichte boodschap niet bij het dossier van de rechtspleging is gevoegd, maakt dat dossier niet onwettig en berokkent de eiser geen nadeel, aangezien de inhoud van het briefje in het proces-verbaal van de rechtszitting wordt vermeld.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het feit dat de eerste plaatsvervangende gezworene, die de vijfde gezworene moest vervangen, heeft verklaard dat hij zich niet in staat achtte om de zaak te be-rechten, volgt niet dat die plaatsvervanger, in tegenstelling tot wat het middel aan-voert, uiting geeft aan een persoonlijke overtuiging, of dat het hof van assisen, door dadelijk zijn vervanging te bevelen, het geheim van de beraadslaging heeft miskend.

Artikel 328, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vereist niet dat de voorzitter, het hof van assisen en de partijen de beraadslagingskamer van de gezworenen binnengaan om over de vervanging van een plaatsvervangende gezworene te be-slissen die, nadat hij werd verzocht om de jury aan te vullen, op de zitting ver-klaart dat hij die opdracht niet kan vervullen.

Dit onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 10 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Beraadslaging van de jury

  • Vervanging van een onwel geworden gezworene

  • Toepasselijke procedure